Vancouver

Het gordellampje brandt al enige tijd als enkele passagiers beslissen om eens te kijken of hun handbagage zich nog wel in het compartiment bevindt. Ook al vormen er zich, door de daling van het vliegtuig, al enige tijd stoppen in onze oren. Het vliegtuig vliegt relatief laag over de haven van Vancouver en we zien op verschillende plaatsen boomstammen in het water drijven. Na een rustige vlucht van bijna vier uur, landen we in Vancouver.

De luchthaven wordt duidelijk onder handen genomen; overal zien we plastic en tijdelijke giproc-muren en horen we de lieflijke geluiden van boren, kloppen en zagen. Na enkele omwegen staan we in de open bagageafhaalruimte. Ook hier wandelen mensen zonder problemen of weerstand binnen en buiten.

Een halfuurtje, een koffie en een bagel later, verschijnt Karina op het toneel. We nemen plaats in haar mooie witte wagen rijden mee naar haar woonplaats White Rock, op bijna 50 kilometer van de luchthaven. De doorsnee Canadees noemt zoiets een steenworp.

Whjte Rock blijkt een in de regio, populair kuststadje te zijn, met alles wat daar bijhoort: restaurants, winkels met strandartikelen, een pier… Wat ik evenwel nog nooit eerder zag was een internationale spoorlijn die evenwijdig met de wandeldijk loopt en die je altijd moet oversteken als je naar het strand wil. De treinen die hier passeren zijn ook vaak zo lang, dat je al snel een kwartier aan de overweg staat te wachten. Een ander nadeel van deze lijn is dat ze haar menselijke tol eist; zo sukkelde eerder dit jaar nog een loopster onder de trein die op weg naar haar strandloop de trein niet hoorde komen omdat haar MP3-speler een tikje te luid stond.

Canada-174

Op de pier slaan we enkele kinderen gaande die naar krabben aan het duiken zijn. In de verte zien we de besneeuwde bergtoppen van de Amerikaanse Olympic Peninsula; ik ben hier op ‘slechts’ 150 kilometer van Seattle, de stad waar mijn allereerste Noord-Amerikaans avontuur bijna 10 jaar geleden begon. De Amerikaanse grens zélf is nog veel dichterbij; we kunnen makkelijk een megahotel herkennen in een gebouw op een eilandje dat officieel tot de USA behoort.

’s Avonds neemt Karina ons mee naar een restaurant op een dak. De zon maakt het voor mij lastig, maar het uitmuntende Canadese bier (ik ga dat nog vaak herhalen) maakt veel goed. We zitten tegen de kustlijn en er passeert eindelijk eens een trein. Het monster is zodanig lang dat het einde niet te zien is. Als een enorme slang kronkelt hij zich langs de stijle rotsen in de verte. Het duurt zeker twintig minuten eer hij voorbij is. Nog een vaststelling; de passagierswagons zijn hier vrolijk gemengd met goederenwagons.

Canada-179

Met het eten achter de kiezen rijdt Karina ons rond langs de Canadees-Amerikaanse grens. Nergens een spoor van het enorme, onder stroom staande, hek op de Amerikaanse grens met Mexico; de grens is hier soms een bescheiden hekje, maar meestal een bescheiden beekje. De grensovergang, enkele honderen meters verder, word wėl streng bewaakt, waardoor er altijd lange files staan.

 

’s Anderendaags nemen we de bus naar Vancouver, De stad is pas de achtste van Canada, maar oogt, door zijn indrukwekkende skyline, als de grootste. De bus zet ons af aan de luchthaven waar we meteen in de Skytrain springen. Dat treintje zonder menselijke chauffeur krijgt de prijs voor ‘meest gestolen naam van een publiek transportmiddel’. De eerste paar stations liggen nog bovengronds, maar het overgrote deel van de reis gaat onder de grond verder. Niets te sky. We springen eruit in Waterfront station, bijna aan de andere kant van de stad.

Canada-221

We zetten koers naar Canada Place, een plein op een naburige pier gewijd aan de Canadese geschiedenis. Het is opvallend; overal in Canada zie je de Maple Leaf uithangen, de ene al wat enormer dan de andere; qua patriottisme hebben ze weinig te leren van hun grote zuiderbuur. Vanop Canada Place heb ik een zicht op iets dat ik nooit eerder zag; een luchthaven voor watervliegtuigen. Compleet met in het water gemarkeerde start- en landingsbanen, een passagiersterminal en een tankstation. Canada square is ook de voornaamste cruiseterminal van Vancouver; gelukkig ligt er vandaag geen schip aangemeerd.

Canada-189Canada-191Canada-192

We nemen snel een koffie bij Starbucks en wandelen naar Gastown. Eén van de oudere delen van de stad. We proberen om een foto te nemen bij de beroemde (al had ik er nooit eerder van gehoord) stoomklok, maar dat levert ons vooral een competitie op met de massaal aanwezige Aziaten, die ook een uniek beeld willen bij deze Canadese Manneke Pis.

Canada-200

Als dat na een kwartier eindelijk gelukt is, duiken we enkele sfeervolle souvenirshops binnen om vervolgens wat dieper downtown in te gaan. Eerlijk gezegd vind ik de binnenstad maar niets; het ziet er behoorlijk afgeleefd uit. Ik moet jammer genoeg meer aan Charleroi dan aan Toronto denken. Naar Stanley Park dan maar, met de meest enthousiaste buschauffeur die ik in lange tijd gezien heb. De man is zich goed bewust van zijn taak als vertegenwoordiger van zijn stad en somt bij elke halte een waslijst bezienswaardigheden op.

Stanleypark is een enorm stadspark vernoemd naar dezelfde kerel als die waar de Stanleycup, in het ijshockey, naar vernoemd is. Het toont nog maar eens aan hoe gek deze natie is op het ijzige puckspel. We lunchen in een horecazaak tussen de bomen en vernemen daar dat er in Oekraïne een Maleis vliegtuig met héél veel Nederlanders aan boord door de Russen uit de lucht is geknald. Mijn vliegangst zou weer een beetje toenemen. Tijdens het eten bestuderen we een kaartje en komen we tot de vaststelling dat dit park veel te groot is om te voet te doen. Na het eten keren we dus terug tot net buiten het park en huren een fiets. Voor één keer is het ok te luisteren naar iemand die zegt: “want iedereen doet dat.”.

We krijgen een ietwat raar gevormd rijwiel en een, in Canada verplichte, fietshelm ter beschikking en zetten terug koers naar het park. Daar blijkt een dot van een fietsring rond te liggen en zijn verplicht hem te volgen. Het is zelfs enkele richting. Onze eerste stop is aan de wereldberoemde totempalen van het park. Het is ook hier verrassend rustig. Na wat foto’s fietsen we verder en passeren we na enkele kilometer onder de Lion’s Gate Bridge. Die is een tikje kleiner dan zijn bijna-naamgenoot uit San-Francisco, maar daarom niet minder indrukwekkend. De groene kleur toont trouwens dat het opzet veel bescheidener moet zijn geweest. Ze steekt amper af tegen de heuvels op de achtergrond.

Canada-208Canada-207

De fietstocht voert verder langs het water. Links verheft zich af en toe een hoge klip, dan weer een groen grasveld op dezelfde hoogte als het fietspad. Aan de zwemzones moeten we verplicht afstappen. Er ligt veel volk op de strandjes, want het weer is goed. Als we er bijna zijn zien we tientallen enorme containerschepen en tankers voor de kust liggen. Omdat de haven te klein is voor de belangrijke functie die ze heeft, bevoorradinsghaven van westelijk Canada, zit er voor veel schepen vaak niets anders op dan te wachten tot er een ligplaats in de dokken vrij komt.

We leveren onze fiets terug in, wandelen langs het water, doen een terras in de zon en besluiten de (goedkope) watertaxi naar Granville Island te nemen. Dit moet het mooiste deel van de stad zijn. Er is een kleine overdekte marktplaats, straatmuzikanten en heel veel restaurants. De koloniale stijl maakt het een gezellig geheel en het is er dan ook erg druk. Dit alles met de skyline van downtown Vancouver op de achtergrond. Een tegenvaller is wel dat, zoals zo vaak in Noord-Amerika, de drukste verkeersweg van de stad zich viaductgewijs over het district spant. Voorstanders van de Lange Wapper-brug moeten misschien eens op studiereis naar hier komen.

Canada-224 Canada-220

We nemen een snack, bezoeken een stadspark mét open waterspeeltuin en doen enkele leuke winkeltjes aan. Eén ervan helemaal gericht op de beste vriend van de mens. Daarna nemen we de watertaxi naar de overkant, want ik wil het indrukwekkende voetbalstadion, dat je van bijna overal kan zien, wel eens van kortbij bekijken. De weg er naartoe is ronduit lelijk en loopt van de ene grote weg naar de andere. Het stadion zelf is inderdaad indrukwekkend groot en dat voor de Vancouver White Caps, een goede middenmoter in de Major League Soccer; de Canadees-Amerikaanse voetballiga. Jammer genoeg kunnen we het niet bezoeken, dus moeten we het met de buitenkant doen.

Canada-229

We drinken nog een biertje in de late namiddagzon bij een café in Yaletown, een levendige buurt waar net een marktje aan de gang is. Dan is het alweer tijd om Vancouver achter ons te laten en de Skytrain terug naar de luchthaven te nemen en van daar terug naar White Rock te bussen.

Morgen vertrekken we naar Vancouver Island.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.