Japanners en monsters

’s Ochtends bij het ontbijt stel ik vast dat mijn voeten weer in orde zijn. Het is wel gaan regenen, maar tijdens het zoveelste Schotse ontbijt kan mij dat nog weinig schelen. Naast ons ontbijt een gezin van wie vader en dochter de GGW doen en de moeder als roadie de bagage van plaats naar plaats voert. Geen slecht idee, want die bagage op mijn rug speelt me van in het begin parten als we, via een paadje achter het hotel,  uit het dal van Invergarry klimmen.

Het regent fel als we aan de brug in Aberchalder oversteken. De nieuwe dan, welteverstaan. Vanaf de brug kijken we recht  de oude, veel stijlvollere Oich bridge, naar het gelijknamige meer dat hier eindigt en overgaat in, u raadt het misschien wel, Oich River. Welk van de twee (meer of rivier) eerst zijn naam kreeg, laat ik over aan de bevoegde historici.

Het is aangenaam vlak wandelen op het jaagpad tussen River Oich en het Caledonian Canal. Mijn voeten beginnen net weer te zeuren als we aankomen aan het sluizencomplex van Fort Augustus.   Hier wordt de woeste Highlandnatuur ingeruild voor flitsgrage Japanners en Amerikanen op witte sportschoenen. Dat kan maar één ding betekenen; we naderen Loch Ness.

We doen inkopen in een lokale supermarkt, waarna we, dankzij het weer, besluiten binnen te lunchen. De sandwich met kip gaat vlot binnen, ook al is hij niet van zo’n uitstekende kwaliteit en beslisten de Japanners op de tafel naast de onze om een gigantische en lekker ruikende Fish & Chips-schotel aan te laten rukken.

Na het middagmaal is het weer volop klimmen. Eerst door een rustige woonwijk, daarna weer volop door de dichte aangeplante dennenbossen.  Of door een plek waar alle bomen zijn omgehakt. Wat dan weer als voordeel heeft dat we Loch Ness goed kunnen zien. Twee dagen lang zullen we ’s werelds beroemdste meer als reisgezel naast ons hebben. Als we op het punt komen waar me moeten kiezen tussen er high route en de low route, kiezen we voor het tweede. Dankzij het weer zou onze extra inspanning niet bekroond worden met een schitterend uitzicht.

Het zijn nog acht lange mijlen naar Invermoriston. De pijn in mijn beide voeten is helemaal terug en de eerste echte vermoeidheid begint toe te slaan. Soms gaat het tergend traag vooruit. Daarbij komt dat het maar niet ophoudt met regenen. Na enkele uren zwoegen, komen we dan toch in Invermoriston, al moeten we ook hier weer eerst weg van het dorp wandelen om er weer in t komen.

We stappen over de ruïnes van Telford’s bridge het dorp in. De River Moriston kent hier een groot verval en dat maakt het volgens mij de moeite om hier aan canyoning te doen. Tenminste: door iemand anders.

De bed & breakfast, Craig na Dav, is niet meteen te vinden. We vragen het in de plaatselijke krantenwinkel en worden naar de straat achter de Glenmoriston Arms, een hotel, doorverwezen. Daar worden we enthousiast onthaald door Lindsay en haar zus. Lindsay wijst ons onze kamer en geeft aan de aanwezige whiskey in de kamerprijs is inbegrepen. Ik ben blij dat ik eindelijk mijn rugzak kan afwerpen en me op bed neer kan ploffen. Ik zet de tv op dvd en blijkbaar zit de b-horrorfilm Loch Ness terror daarin vastgeroest. Ik kijk een stukje en stel vast dat ik al beter acterende fantasieschepsels heb gezien. Tijd dus om te douchen. We drinken nog een whiskey en al snel zitten we aan tafel in de Glenmoriston Arms. Naast het enige hotel ook het enige restaurant in de wijde omgeving.

Ook hier geldt weer: erg bekend in de streek, maar voornamelijk steak en hamburgers op het menu. Ik ga voor Fish and chips. Goed klaargemaakt. Dat wel. We praten nog wat over Elvis Presley en The Beatles en besluiten dat het dan bedtijd is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.