dromen van kastelen

Het is een bescheiden ontbijt dat ons moet voorbereiden op de langste wandeldag. 32 kilometer krijgen we vandaag voor de voeten en we moeten ons behelpen met cornflakes, toastjes en rice krispies. Niet zo ideaal voor een inspanning als een ontbijt met worstjes, bonen in tomatensaus en spek met eieren, maar gezien de prijs die we maar moesten betalen voor de overnachting zeker niet slecht.

We doen eerst inkopen in de supermarktje naast het shinty-veld (een soort hockey maar dan ietwat gewelddadiger) van Drumnadrochit en wandelen dan door het ontwakende dorp. Het is alweer enkele dagen geleden dat we niet meteen moeten klimmen.

We nemen nog enkele foto’ s op het fraaie dorpsplein en wurmen ons voorbij wegenwerken die op een brug aan de gang zijn. Die veroorzaken een file en de eerste kilometer wandelen we dus langs een stoet auto’s en vrachtwagens. Het is een hele verademing als de Great Glen Way zich, na twee kilometer, terug afzondert en tussen de weiden gaat slingeren. We moeten even verderop een omleiding volgen. Als we terug op de weg komen, werpen we nog een laatste blik op het wereldberoemde Urquhart Castle aan de oever van Loch Ness en duiken we het bos in.

Het is een uitzonderlijk dicht bos met bemoste bomen die hier duidelijk ook al stonden tijdens de vele clanoorlogen. Het is het soort woud dat de fantasie spontaan gaat prikkelen. Vanachter elke boom kan een mytisch wezen opduiken, dat hopelijk een verkwikkende nachtrust heeft gehad. De zonnestralen komen amper door het bladerdak en zelfs  de vogeltjes schijnen moeizaam de weg naar hier te vinden. En alsof een dreigende aanval van een ork of bostrol al niet erg genoeg is, moeten we ook nog een tijdje klimmen. Telkens als we denken dat we boven zijn, dient er zich enkele honderden meter verder een nieuwe helling aan.

We wandelen het bos uit en kom in een heidelandschap terecht. Na nog een aantal kilometer komen we voorbij het officieel hoogste punt van de GGW. We lopen intussen over een brede landweg en besluiten te lunchen op een stapel boomstammen. Een bord vlakbij meldt ons ”Inverness 12 miles”.

We wandelen door Abriachan Forest, een populair recreatiegebied bij de mensen uit de buurt aan het aantal wagens op de parking te zien. Als we de weg oversteken komen we even verderop voorbij de camping van Abriachan, aangeduid door alles wat de eigenaar op zijn weg scheen te vinden. We laten de camping en bijbehorende bar links liggen en wandelen verder. We komen uit op een betonweg en kunnen nog eens genieten van een wijds Schots heuvellandschap. We zien zelfs de eerste streepjes Noordzee.

Ik leg er even de pees op om de pijn in mijn voeten niet te voelen. Ik heb deze wandelweg onderschat, dat moet ik toegeven.

Het betonwegje baant zich een weg door de heidevelden. Heel af en toe passeert er een wagen en werkelijk iedereen wuift je hier een goeiedag toe. We ronden een heuvel en zien, heel in de verte, de eerste buitenwijken van Inverness verschijnen. Een beetje verder gaat het wandelpad van de asfaltweg af. We komen op een onverharde weg die vroeger, zo leert ons een infobord, de weg was die de veedrijvers naar de markt van Inverness namen met hun kuddes. Het kan nu echt niet ver meer zijn.

Het pad komt in een woud terecht. Ik verlies Pa uit het oog, want ik raak amper nog vooruit. De Pijnlijke voeten, de vermoeidheid en de stenen die ik door mijn zolen door voel, beginnen te wegen. Ik vloek binnensmonds. Aan deze weg door dit, overigens zeer fraaie, bos schijnt geen eind te komen tot ik, drie kwartier later, Pa weer inhaal. Aan onze voeten strekt Inverness zich uit. We zijn er bijna! We nemen een vieruurtje en stappen verder.

Langzaam dalen we af in de suburbs van Inverness. We komen voorbij de bouwwerf van het oude hospitaal, enkele speelparkjes, een golfterrein, een tunneltje onder  de A82, Het Caledonian Canal en een sportcomplex. Vervolgens komen we in het stadspark, erg mooi gelegen in het estuarium van de Inver. Het is er druk. Joggers, bejaarden en skaters; kortom het soort mensen dat je in elk park wereldwijd aantreft. Van Inverness Castle, het eindpunt, geen spoor. We steken nog twee bruggen over en middenin de tweede brug zie ik een torentje, niet zo héél ver aan de overkant. Zou het?

Inderdaad! Eens we het park uit zijn, zien we Inverness castle in al zijn glorie; het heeft niet het charisma van Edinburgh Castle of de betoverende schoonheid van Schloss Neuschwanstein, maar wat ben ik blij het te zien!

De laatste kilometer gaat sneller dan de zeven vorige. Het kasteel zelf stelt écht niet veel voor en het is goed uitkijken of je mist het infobord, dat het einde van de Great Glen Way aanduidt, zomaar. Ik ben bijna net zo blij als na het beëindigen van de Dodentocht en laat mij op mijn rug vallen met mijn armen gestrekt in de lucht. We hebben het gehaald! De Great Glen Way zit in onze achterzak.

We strompelen de straat over en drinken een welverdiende pint. Maar het zit er nog niet helemaal op. We moeten nog naar de jeugdherberg, een dikke twee kilometer, wandelen. Moeizaam wandelen we door de winkelstraat , die tot overmaat van ramp nog stevig stijgt om zich te verheffen boven een enorm winkelcentrum.

Eens in de jeugdherberg, die een beetje aan een ziekenhuis doet denken, plof ik op het bed. We moeten nog terug naar het centrum van Inverness om te eten, toch een kleine tegenvaller. We schuiven aan bij een Spaans restaurant, maar we zijn allebei te moe om er nog een lange, gezellige avond van te maken.

Morgen wacht ons de trein naar Edinburgh…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.