Zoevende landschappen

Taxi’s verdringen elkaar voor de ingang van het oude stationsgebouw van Inverness. Binnen is het druk en staren mensen naar de aankondigingsborden. Een gevolg van de Schotse gewoonte om het juiste spoor pas enkele minuten voor het vetrek aan te kondigen. Wij moeten alvast de trein naar Londen nemen en er op tijd, in Edinburgh, afspringen.

Het is niet druk op de trein en we hebben comfortabel veel plaats. En dat komt van pas; we zijn allebei nog moe van de inspanningen van de afgelopen dagen en een voormiddag uitrusten in een zacht schommelend rijtuig, zal ons zeker goed doen. Na enkele minuten zet het gevaarte van Virgin East Coast Trains zich in beweging. Na de treinrit van vorig jaar zijn de verwachtingen hoog gespannen.

De trein dendert zich rustig op gang en het eindeloos groene heuvellandschap glijdt voorbij. We steken de grenzen van het Cairngorms National Park over en stoppen in Aviemore, de grootste nederzetting van het eerder genoemde park. Het plateau van de Cairngorms is het hoogste en koudste van het Verenigd Koninkrijk (warmer dan tien graden wordt het hier zelden) en dat merken we aan de vele besneeuwde toppen. Eenmaal Aviemore uit, krijgen we alweer heel erg veel landschap voor ons treinticketje.

We schommelen doorheen een besneeuwd berglandschap doornsneden met langgerekte groene valleien, gemaakt door klaterende bergrivieren. Het geheel is machtig en zo mogelijk nog mooier dan het zicht dat we vorig jaar getrakteerd kregen. De trein rijdt door een bergpas waar je je zelfs zonder verbeelding op de mooiste plekken van een onbestemd Alpenland waant. Af en toe wordt het zicht ons ontnomen door een tunnel, maar verder is het genieten van weidse landschappen en, helaas, ook van de autoweg die zich samen met de spoorweg doorheen dezelfde valleien en passen slingert.

Eens de Cairngorms uit wordt het weer ’gewoon Schots’. Dat wil zeggen dat de groene heuvels en gekleurde heidevelden er nog altijd zijn, maar dat de Alpiene achtergrond weg is. In elk ander land zou ook dit tot ’oh’s’ en ’ah’s’ leiden, maar niet in Schotland. Een mens verwacht nu eenmaal meer van dit land.

Het is, net als vorige week, druk in Edinburgh. De op koopjes beluste massa wordt door de treinen uitgespuwd. We laten ons meevoeren naar de straat en ik besluit even bij de toeristische dienst langs te gaan, zodat onze krap vierentwintig uur in Edinburgh goed besteed zullen zijn. Daarna gaat het naar de jeugdherberg waar we onze bagage mogen achterlaten in een locker. Nog half verdoofd van de kostprijs van dat kastje, gaan we de straat op. Het is kort na de middag dus er is nog veel mogelijk. We gaan naar de Royal Mile, dat is de bekendste straat van de stad die, in een rechte, stijgende lijn de Koninklijke verblijven verbindt met Edinburgh Castle. Dat laatste is waar we naartoe willen.

Het plein voor Edinburgh Castle biedt aan weerszijden een fraai uitzicht over de stad. Een ijscokarretje lijkt wat onwennig in de weg te staan. Het kasteel zelf oogt als een massief rotsblok voorzien van een enorme poort. We begeven ons even naar de binnenkoer, maar gaan het kasteel niet binnen. In plaats daarvan maken we rechtsomkeer en stappen naar The National Museum of Scotland. Groot is onze verbazing als blijkt dat het gesloten is door… een vakbondsactie. Zou dat laatste dan toch niet zo ”typisch Bellege” zijn?

Niets aan te doen; dan gaan we het Holyrood Palace, het officieel verblijf van de Queen in de Schotse Hoofdstad, eens wat beter bekijken. Onze aandacht wordt echter getrokken door een gebouw er recht tegenover; het Schotse Parlement. Het pareltje van moderne architectuur blijkt gratis te bezoeken, dus besluiten we dat ook maar te doen.  Het staat er sinds 1997 en het is verbazend hoe vrij men er mag rondlopen. De raadszaal, het hart van het gebouw, is de moeite van het bezoeken zeker waard.

We staan van het uitzicht te genieten op Calton Hill, als we besluiten om nog wat gaan te drinken. We doen het eerste terrasje van het jaar in een lekker avondzonnetje. Daarna eten we snel iets bij Pizza Hut en is het al bijna bedtijd. als slapen lukt met het lawaaierige verkeer.

’s Anderendaags bezoeken we het Schotse nationaal museum dat niet helemaal is wat ik ervan verwachte. Er is moeilijk een lijn in te trekken en de collectie is eerder chaotisch te noemen. Het fungeert als Natuurhistorisch en volkskundig museum, maar beide rollen vervult  het maar half. Het is gratis en om die reden mag je het bij een bezoek aan Edinburgh niet links laten liggen, maar echt wijzer in de Schotse geschiedenis wordt je er ook niet van.

We nemen dezelfde tram terug naar de Luchthaven als die waarmee we gekomen zijn. In de luchthaven mijmer ik over hoe genereus dit land deze keer weer was. Ik weet zeker dat ik nog terug kom. Maar of dat alweer volgend jaar is… Wie weet…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.