Alle berichten van Kristof S'Jongers

Kristof S'Jongers is de naam. Momenteel woon ik in Antwerpen en heb vast werk. En veel vrije tijd. Dat maakt dan weer dat ik over de nodige dagen beschik om een reislust bot te vieren die ik met de paplepel meekreeg. Het voordeel daarbij is dat ik ook nogal van fotografie hou, wat dan weer mooie beelden oplevert. Hoe het me daarbij vergaat, lees je op deze website.

Vijf dingen die mij storen (tijdens de wedstrijd)

De allereerste marathon is alweer een maand geleden.

Ik heb een tijdje last gehad van een serieuze martahondecompressie, compleet met vettig eten en weinig training, maar vanaf ten laatste volgende week komt daar opnieuw verandering in. Ik heb immers nog wel wat te lopen in 2019 (onder andere de Antwerp Marathon in april). 

Ik doe erg graag wedstrijden, maar er zijn toch een aantal zaken die mij van het hart moeten. Ik kan me tijdens zo’n wedstrijd aan een aantal zaken storen en daar wil ik nu even vanaf. Komt’ie!

Afval

Met stip op één (na één is er geen volgorde meer, maar dit staat dus wel op één).Elke. Keer. Opnieuw. Waar je ook gaat; overal afval. In de stad of vrije natuur? Voor een fiks deel van de collega-lopers maakt het geen zak uit. Gelletje op en hopla, de kant in.  Hoe moeilijk kan het zijn om de die verpakking van dat gelletje of die reep mee te nemen tot aan de volgende bevoorrading? Dat ding weegt toch geen 15 kilo? Onvergeeflijk en in mijn ‘ideale wereld’ onmiddellijk uit de wedstrijd! 

(vanaf hier hebben de ergernissen geen volgorde meer)

Leuk doen in de startbox

Vooral van toepassing op grote wedstrijden, georganiseerd door Golazo. ‘Waar zijn die handjes?’. ‘En nu de dames!’. Wel, als ik die ongein wilde horen, ging ik wel naar een optreden van Regi of Dimitri Mike en Vegas (of zoiets). Ik ben hier om te lopen, niet om met een lief naar huis te gaan. 

De regels niet volgen

Op de marathon was het weer van dat. Een week op voorhand een mail: meefietsen niet toegelaten. Drie dagen op voorhand een mail: meefietsen niet toegelaten. De dag voor de start een mail: MEEFIETSEN NIET TOEGELATEN. Op het wedstrijdsecretariaat: NIET MEEFIETSEN, PLIEIEIEIEIEIEIEIES!!!! En wat zien we dan tijdens de wedstrijd? Inderdaad: er wordt volop meegefietst. In het begin  nog verdekt (‘Oe? Is er hier een marathon?’). Later in de wedstrijd gewoon flagrant een loper volgend en aanmoedigend en drank uitreikend. Vervang fietser door ‘hond’ of iets anders (waar ik nu niet meteen een voorbeeld van kan verzinnen) en u weet wat ik bedoel. De organisatoren kennen de situatie en nemen daarom bepaalde maatregelen. Volg die, hoe moeilijk kan dat zijn?

mensen zonder oortjes, maar met muziek

Ik draag graag oortjes. Sterker nog; zonder muziek voor mij geen wedstrijden. Muziek zorgt voor de juiste soundtrack bij de prestatie die je op dat moment aan het leveren bent. Maar er zijn van die mensen die hun muzieksmaak zo ongelooflijk graaf vinden dat alle andere deelnemers dat óók wel zullen vinden. Nee. 

Gebrek aan respect voor de helpers 

En dan heb ik het vooral voor de mensen die drank uitdelen. Dat zijn vaak lieve jongens en meisjes van een jeugdvereniging die wat graag de handen uit de mouwen steken. En dan komt daar zo’n pummel die niet snel genoeg een bekertje krijgt (niet zelden een mannelijke vijftiger of zestiger) en begint van de toren te blazen. Ik kan mij indenken dat dat hinderlijk is als je de koploper in zicht hebt en je net wat terrein aan het winnen was, maar als je je in mijn buurt bevindt tijdens een wedstrijd is die kans héél erg klein (tenzij ik net gedubbeld ben) en kan je die paar seconden wel langer wachten. Dus gedraag je. 

Dan zijn er nog wat jargongerelateerde ergerinssen (‘hoe was je run’? ‘run’? Wat is er mis met ‘loop’?) en waarom men in Nederland het per sé altijd over ‘hardlopen’ moet hebben is mij ook ontgaan, maar daar blijft het zo wat bij. 

Valt dus eigenlijk nog wel mee…

 

Great Bruges Marathon

Om kwart voor acht zit ik op de trein naar Brugge. De nacht hebben  we doorgebracht in een schitterende familiesuite van het Ibis-hotel van Zeebrugge. Binnen iets meer dan een uur zal ik eindelijk aan de start staan van mijn eerste marathon.

Die ‘eerste marathon’ moest eigenlijk die van Antwerpen worden. In 2017, dus anderhalf jaar eerder. Door te snel te veel te gaan trainen, raakte ik algauw geblesseerd. Toen ik daar eindelijk van af van, scheurde ik de ligamenten van mijn linkerenkel. Resultaat: bijna een heel jaar niet kunnen lopen.

En zo kwam het dat ik op 31 december meedeed aan de Sylvesterloop in Kasterlee en héél veel moeite had met vier kilometer. Ik moest terug vanaf nul beginnen.

Maanden en maanden trainingskilometers volgen in eigen land en daarbuiten (bijvoorbeeld in Zuid-Afrika). Altijd een beetje extra . In maart: 13 kilometer voor de Antwerp Urban Trail. In april: de Polder Ten Miles en dan in juni: de Great Breweries 25 kilometer. Het ging telkens erg goed en had altijd het gevoel dat het een beetje sneller ook wel was gelukt. Na die laatste was de kogel door de kerk: ik schreef me in voor de marathon van Brugge. Het echte trainen kon beginnen. Ik hield me aan een schema van Strava en trainde ‘slechts’ drie keer in de week. De schrik voor een nieuwe blessure zat er immers flink in.

En zo stond ik, na een hete loopzomer, pardoes in het startvak voor de 4 uur 15 minuten. Mijn bedoeling was om de eerste helft mee te lopen met de pacers van de 4:15 en dan te zien hoe het ging. De start was sfeervol en de eerste 5 kilometer gingen door het oude stadscentrum van Brugge langs het met ochtendmist versierde Minnewater en de Vesten. een droombegin voor een Marathon.  Voor ik er erg in had waren we zeven kilometer na de start aan het lopen langs het kanaal. Ik stop even om mijn linkerschoen uit te doen, want er zit iets vervelend in de weg en dat begint mij nu parten te spelen. ik vind  de oorzaak niet direct en zal het nog een paar keer moeten herhalen.

Na de laatste keer mijn zool wat verschoven te hebben, lijkt het euvel verholpen. Ik moet telkens weer wat harder lopen om de pacergroep terug in te halen en vrees dat dit mij later wel eens parten zou kunnen gaan spelen, maar voorlopig hou ik dit tempo wel goed vol. We komen aan de dokken in Zeebrugge en zien ook de koplopers, die al in Zeebrugee zijn geweest en richting finish rennen. De eerste opgaves zijn ook al een feit. Ik begin mij, op kilometer 17, ook wat minder te voelen, maar zie dan, enkele kilometers later Elke, Ria, Tuur en Cas staan met een enorm spandoek “JE KAN HET PAPA”. Dat was onverwacht en ik krijg er zowaar een blijdschapsboost van. Ik blijf nog even bij de 4:15 pacergroep, maar besluit op de zeedijk, een paar honderd meter na het halfwegpunt, om het avontuur op te zoeken. ik versnel en neem een voorsprong.

Ik kom Elke, Ria en de kinderen terug tegen en geef iedereen een snelle kus. Op dat moment is mijn vertrouwen groot: Ik zie jullie aan de finish!

Niet lang daarna, na een kilometer of 24, komt het ergste stuk: ik krijg een nieuw tikje terwijl we langs het kanaal lopen. Een ellenlang stuk met een brug die maar niet dichterbij wil komen in de mistige verte. En ik kan het mij inbeelden, maar heb ik nu ook opeens wind tegen?

Mijn benen beginnen tegen te spartelen en ook onder mijn linkervoetzool zijn er zich, zo denk ik, blaren aan het vormen. In Dudzele is het nog 12 kilometer naar de streep. Maar die lijkt verder weg dan ooit. Ik krijg nog een boost als ik Ma zie staan langs de kant. Maar een kilometer verder is ook dat effect weg. Nu is het lopen van drankstation naar drankstation.

Ik kom in de polders als ik op de eerste (en eigenlijk enige) organisatorische blunder stoot. Om de één of andere reden vond  iemand bij Golazo het een topidee om ook wandelaars op het parcours toe te laten. Dat kon écht niet op een andere dag? Geniaal natuurlijk vanuit winstoogpunt: je laat mensen betalen die anders nooit in aanmerking zouden komen voor je organisatie. Maar die mensen lopen ook vaak heel erg in de weg. Je kan het hen niet eens kwalijk nemen; ook zij hebben waarschijnlijk een smak geld betaald om mogen mee te wandelen, dus waarom zouden ze dan niet -terecht-mogen stappen waar ze zelf willen? Maar voor iemand die de marathon aan het lopen is, is elk stapje opzij om alweer een groepje gezellig keuvelende stappers voorbij te steken een hele opgave.

Enfin, ik moet er niet bijvertellen dat ik hier en daar eens op die arme wandelaars gevloekt heb. Het weze me, denk ik, vergeven.

Ik loop de dijk van de Damse vaart op en die kleine helling doet verrassend veel pijn. Ik drink mijn vijfde en laatste gel, giet er wat sportdrank overheen en ben klaar voor de laatste twee kilometer.

Ik loop opnieuw het centrum van Brugge in en zie het Belfort (waar de finish ligt) van Brugge in de verte schitteren in de zon terwijl ik langs de reien loop. Wat is dit toch een fantastisch mooie stad. Ik ben er meteen ook uit wat het grootste misverstand is dat ik op voorhand had over deze afstand: ik ging er van uit dat een mens op twee kilometer van de streep een boost zou krijgen en op wolkjes naar de aankomst zweefde. Niets is echter minder waar. Het is afzien tot de laatste stap.

Op kilometer 41 zie ik de zoveelste ambulance iemand oprapen. De hulpdiensten draaien hier overuren vandaag, zoveel is duidelijk. Ik blijf lopen en als ik na de laatste bocht de finish kan zien liggen, slaak ik en oerkreet. De meters daarna is een toonbeeld van mixed emotions. Ik ben zo euforisch dat ik er eindelijk ben maar wordt ook overvallen door een huilbui, die veel sterker is dan mezelf. Dit is wat sport met een mens doet.

Elke staat mij met Tuur op te  wachten aan de finish en en ik vlieg haar om de hals, nog altijd vast in mijn emoties. Ik heb verdorie net mijn eerste marathon gelopen! Ik, altijd uitgelachen met mijn “scheve poten”, heb net mijn eerste marathon gelopen op vier uur en twaalf minuten.

Ook pa komt me tegemoet en we wandelen samen naar de foodmarket, waar ik schijnbaar iets te snel aan mijn recovery-reep begin en even moet gaan zitten. Ria haalt mijn gratis Brugse zot, het eerste glas bier in lange tijd. Ik krijg ook nog een pallet chique hapjes van de kokschool Spermalie, maar geef die kelk door aan de rest. In gastronomie heb ik nu even geen zin.

Ik strompel mee naar het station waar de wagen geparkeerd staat. Ik voel dat ik vandaag tot niet veel meer in staat zal zijn dan zitten en rusten. In de auto op weg naar huis neemt de slaap de bovenhand. Tussen Brugge en Brasschaat wordt er gedroomd van marathon nummer twee…

Lekker Fries

De regen kwam met zo’n kracht op ons neer dat we niet meer zeker wisten of het nu regen dan wel hagelbollen uit een antarctisch ballenkanon waren. De wind woei zo hard dat blijven zitten op onze fietsen onmogelijk was geworden. De eerste donderslag deed ons hurken om ons zo klein mogelijk te maken zodat de bliksem ons niet zou uitkiezen om zijn weg naar de aarde verder te zetten. Een schuilplaats was nergens te bekennen, gesteld dat we die door de dichte mist al zouden kunnen zien.

En we waren nog maar een kwartier ver op onze driedaagse door Friesland.

Brug over de Zwette

Enkele tellen later was het onweer alweer voorbij en konden we verder fietsen langs de Zwette, die we in Leeuwarden waren beginnen volgen. Na een tiental kilometer stopten we in Theetuin De Dille in Easterwirrum. Ook daar worden we vastgepind door het weer; de wind en de regen rukken ongenadig aan het huisje waarin we een koffie drinken en een buitenmaatse borrelplank verorberen. 

Gelukkig bleek die onweersbui de laatste van de namiddag te zijn en konden we in Sneek rustig op het terras gaan zitten. Daar bleek trouwens de Sneekweek aan de gang, een week met concerten in het centrum van de stad. Niet het laatste evenement dat ons pad zou kruisen. 

Terrasje doen in Sneek.

Voorbij Sneek ligt het volgende Stadje IJlst, niet groot maar wel bezitter van een heuse zaagmolen binnen zijn grenzen.  Ook het Centrale kanaal met zijn aan het water grenzende tuintjes is zeker een bezoek waard. 

Zaagmolen in IJlst

Na Ijlst lijkt de wind terug aan te wakkeren, eerst nog vervelend in de zij, daarna een extra motor in de rug om op het einde een heuse vijand te worden.  We zijn dan ook blij als we het erf van onze Bed & Breakfast opfietsen. We worden vriendelijk ontvangen door gastvrouw Jacqueline in haar prachtig nieuw gastenverblijf op deze melkboerderij. Aan alles is overigens gedacht. zelfs aan handdoeken uit de droger of handdoeken van de wasdraad. Of Wilhelmina pepermuntjes. Ik hou van die details. 

’s Avonds fietsen we terug naar Woudsend voor het avondeten. We zijn net op tijd terug binnen als de regen weer in bakken naar beneden komt. Het zou nog de hele nacht blijven gieten. 

Op dag twee krijgen we een groot en gevarieerd ontbijt voorgeschoteld.  en houden we Buienalarm angstvallig in de gaten. Tot half elf regent het nog (wat ons een half uur vertraging oplevert), daarna zou het de rest van de dag droog blijven. 

Ontbijt!

De hoop dat de wind van gisteren zou gaan liggen blijkt ijdel .  We moeten eerst een heel eind rijden tot aan het IJsselmeer en dat gaat moeizaam. We hebben de volle twee uur nodig om de krap twintig kilometer naar Stavoren te overbruggen. Daar aangekomen trekt de mensenmassa meteen onze aandacht. Als ik aan een man met een fluohesje vraag wat er staat te gebeuren meldt hij me dat er die dag het in deze streek waanzinnig populaire Skûtsjesilen op het menu staat (iedereen die dacht dat Friezen alleen maar aan schaatsen denken moet ik bij deze toch teleurstellen). Hij zegt er ook nog even bij dat de wedstrijd twee uur is uitgesteld door… de stevige wind. 

Wind in Harlingen

We zetten ons, achter plexiglas, op een terras en onder het nuttigen van een koffie mail ik de B&B in Harlingen dat we wat later zullen zijn. Vermoedelijk niet voor zeven uur. 

We rijden verder richting Hindeloopen en het gaat vlotter. We hebben de wind nu vaak in de rug en waar hij van de zijkant komt, staat er een dijk in de weg. We irritant zijn de vele poortjes die moeilijk te openen zijn vanop de fiets en de weg tussen Molkwerum en Hindeloopen waar er wagens zijn toegelaten die bijna allemaal hun voorrang -onterecht- opeisen. 

Hindeloopen is een mooi stadje (om ‘schilderachtig’ niet te hoeven gebruiken), maar het is er erg druk. We hebben ook nog niet zo lang geleden  gerust waardoor we beslissen verder te rijden tot Workum. Al snel moeten we weer vol aan de trapbak als we de wind weer op kop krijgen. 

Hindeloopen

In Workum houden we een tijdje halt op een terras waar ik geniet van de oerhollandse Kwekkeboom-kroket. We zitten vlak bij een ophaalbrug die werkelijk voor íedere boot met een hoge mast omhoog gaat en zo het autoverkeer stillegt (en in Friesland varen er véél bootjes). Hoe men op veel plaatsen in Nederland koning auto heeft gedegradeerd; het blijft iets om jaloers op te zijn. 

We fietsen verder naar Makkum waar we een ijsje zouden willen eten, maar we vinden niet meteen iets. Het is ook niet meer zó ver naar Harlingen, onze eindhalte, dus we rijden verder. We passeren de oprit naar de Afsluitdijk. Die zat in onze oorspronkelijke planning, maar gelukkig heb ik een kleine week geleden alles omgegooid. We zouden de volledige 32 kilometer de wind vol in ons gezicht hebben gehad.  Nu kunnen we rustig uitfietsen tot Harlingen, langs een scheve doch comfortabele fietsdijk. We gaan nog even op een terras zitten met zicht over de Waddenzee, die nu door het eb erg laag staat. Het is nog geen half zes en anders zouden we zowaar te vroeg in onze b&b zijn. 

De dijkweg naar Harlingen

In De Ruimte worden we opnieuw vriendelijk ontvangen. De kamers hier zijn allemaal aparte ‘hutjes’ en het ontbijt wordt geserveerd in een oude huifkar. We slapen in trekkershut ‘De Bosuil’. Een deel van de hutjes zijn onder een voormalige serre geplaatst, waardoor onze fietsen altijd droog staan. 

De Bosuil

’s Avonds zoeken we een restaurant in het vissersstadje Harlingen. Ook hier gaan de ophaalbruggen heel de tijd open en dicht. We zien de zon langzaam wegzakken boven Vlieland als we op zoek gaan naar een restaurant. Daar zijn er hier wel wat van. Op het terras van eetcafé nooitgedacht (gevestigd in het oude wijnpakhuis en een erg fraai gebouw) krijgt Elke een volledige rode poon op haar bord. Ik hou het bij ribbetjes .

rode poon

Als we het ontbijt achter de kiezen hebben (ontbijten maken; in Friesland kénnen ze daar iets van) staat onze laatste rit voor de boeg; terug naar Leeuwarden. Slechts 30 kilometer vandaag om goed uit te kunnen  bollen. We stoppen nog even voor koffie in Franeker en rijden dan, meestal langs de grote weg, richting Leeuwarden. We kuieren nog wat door het centrum, maar als we naar het Fries Museum  gaan, blijkt dat je moest reserveren en dat alle tijdssloten volzet zijn. We stappen nog eens binnen in het bezoekerscentrum van Leeuwarden 2018 (Leeuwarden is culturele hoofdstad van Europa) en laden dan de fietsen in de wagen. 

Fraai Franeker

 

 

leren

Levenslang leren. In de jaren ’90 was elke onderwijsdebat er vol van. Het leren beperkte zich in het verleden te vaak tot de jaren tussen de geboorte en de volwassenwording.

Daarna lag het vast. Je was een bakker, een visser of een beenhouwer. En niemand kon dat ooit veranderen. Tot aan je pensioen was het dat of niets. Als je het geluk had langer te kunnen studeren, werd je iets dat hoger aangeschreven (maar vaak minder nuttig) stond, maar ook dan was het tot aan de welverdiende rust datgene waarvoor je naar de universiteit ging.

Tot het levenslang leren ingang vond. Avondscholen schoten sneller uit de grond dan madeliefjes op een zonnige alpenweide. aanvankelijk alleen nog voor hobby’s, maar de laatste jaren bieden ook hogescholen hun diensten aan in afstandsonderwijs. Ook de Open Universiteit biedt mensen die tweede (of derde. Of vijfde) kans.

Na een poging tot afstandsonderwijs bij Odisee in Sint-Niklaas (eerste jaar succesvol, tweede jaar niet meer) en een poging bij Karel De Grote Hogeschool in Antwerpen (falikant mislukt) wilde ik iets rustigers, minder dwingend.

En zo kwam ik bij Udemy uit. Voor enkele euro’s (zeker nooit de volle pot betalen, ze doen meer dan genoeg paas- kerst- lente- en kom-alsjeblief-terug-acties) kan je leren tekenen, fotograferen, websites bouwen en veel meer  middels oerdegelijke video’s en prima ondersteuning. Soms zelfs in de moedertaal.

Voor de zoekende mens dus zeker het proberen waard.

De Eifelsteig :Steinfeld – Blankenheim (24,3 km)

Na een viersterrennacht in het klooster (ik kan mij de laatste keer dat ik nog zo heerlijk geslapen heb niet meer herinneren) en een tweesterren ontbijt, zijn we weer klaar om een nieuw hoofdstuk Eifelsteig aan te snijden. We wandelen vandaag van Steinfeld naar Blankenheim, net geen 25 kilometer. Het hoogteprofiel voorspelt een relatief vlakke wandeling, dus vooruit met de geit!

Van geiten geen sprake als we meteen het woud in worden gestuurd. Van andere dieren evenmin. We zien hier en daar wel omgewoelde aarde van de everzwijnen en al eens een hertenkeutel, maar wilde dieren in vol ornaat? Dat niet.

We steken een drukke weg over en al snel staan we op de Köningsberg met het allerlaatste zicht op het klooster van Steinfeld. Daarna gaat het verder door het bos en komen we voorbij het Romeinse kanaal. Dat is een soort waterleiding die het nodige drinkwater vanuit de Eifel naar Colonia (Keulen) moest voeren. De bron was (en het bouwsel staat er nog steeds) vlakbij Nettersheim, waar we kort voor de middag passeren.

Het is een – naar Eifeler normen- groot dorp met een bakker, een station, een kapsalon en zelfs en Natuurcentrum. Dat laatste vereren we dan ook met een bezoek, maar we staan al snel terug buiten. Er is geen cafetaria en de tentoonstelling is betalend. Dan liever de echte natuur in. Na een halfuurtje -en het passeren van enkele Romeinse overblijfselen later, komen we aan een meertje waar we besluiten te eten. De zon laat zich intussen ook zien.

We wandelen verder langs een fraaie bosrand en komen snel in de buurt van Blankenheim, onze eindbestemming van vandaag. De Eifelsteig stuurt ons nog wat rond langs de ‘Tiergartentunnel’ en het Slot, om ons zo het dorp van bovenaf te laten betreden. Blankenheim blijkt een onverwacht mooi dorp met vakwerkhuizen en de bron van de Ahr, waar men besliste een monument rond te Bouwen.

We drinken nog een weissenbier in het Museumcafé van het Eifeler Museum, omdat het ook in dit dorp zoeken is naar een open horeca-gelegenheid.

Slapen doen we in hotel-restaurant Schlössblick, maar wij hebben eerder gardenblick. De kamer is alweer helemaal in orde (met minibar die ook deze keer dichtblijft) In het restaurant smul ik van een steak met frieten en pepersaus.

We sluiten de dag af meteen fel haperende live-uitzending van de Rode Duivels tegen Cyprus. Ook op een iPad was de 5-0 van Lukaku géén buitenspel.

Eifelsteig Dag 1: Gemünd – Kloster Steinfeld, 17,9 km.

Het is al bijna elf uur als we de eerste stappen van de Eifelsteig zetten in Gemünd. We steken de weg over, gaan het bos in en mogen al meteen beginnen klimmen. We wandelen door een dicht herfstbos. De weg ligt verstopt onder afgevallen bladeren en het bos ruikt naar het najaar. Aan het eerste uitzichtpunt is het al meteen tijd om iets uit te spelen; het is zonniger en vooral droger dan voorspeld.

Na zeven kilometer komen we door het dorpje Olef, bekend voor zijn mooie vakwerkhuizen. We nemen wat foto’s en kijken onze ogen uit op het fraaie dorpsplein. We worden aangesproken door één van twee oudere heren die op een bank in het dorp zitten te praten. Hij blijkt Georg Kessler te zijn. Ooit succescoach en nu genietend van zijn oude dag in dit kleine Eifeldorp. Hij onderhoud ons een halfuur in vlekkeloos Nederlands over de voetballerij en de Europese geschiedenis en lijkt erg blij te zijn om nog eens iemand met een Vlaamse tongval te horen spreken. Net als we denken dat hij nooit meer zal ophouden (wat een begenadigd spreker is die man!) wijst hij ons naar een opstelling met een stoel die, vanuit een bepaalde hoek gezien, je ogen bedriegt. Hij gaat nog even mee op de foto en we kunnen verder (terwijl u Wikipedia checkt).

Na een dorp, dat is nu eenmaal zo in de wereld der trekkers,komt altijd een klim. We wandelen doorheen een naaldwoud en komen snel uit in Golbach, waar we willen eten en rusten. Alleen zijn de twee eetgelegenheden in het dorp gesloten omdat het maandag is, blijkbaar een erg populaire sluitingsdag. We nemen dan maar noodgedwongen onze toevlucht tot een bankje op het speeltuintje. Zonder koffie maar met de zon.

Na het eten gaan we snel naar het laatste deel van de etappe. Nog zes kilometer tot Kloster Steinfeld. Loofbos in herfstkleuren wisselt af met weiden. Als we een drukke weg oversteken en bovenaan in de weide naar links kijken, zien we het klooster al liggen. Toch is het nog bijna drie kilometer. (Lees verder onder de foto’s)

We mogen nog net door als een boer de wandelweg heeft afgezet om zijn koeien door te laten. De weg gaat over op een smal glibberig paadje in het woud. Het stijgt en daalt ook sterk, waardoor we goed moeten uitkijken waar we onze voeten zetten. Eenmaal boven wandelen we langs de Kloostermuur naar de poort. We besluiten eerst een tafel te gaan reserveren in één van de drie restaurants, maar ook die blijken alledrie gesloten wegens maandag. Geen probleem; in het klooster weet men vast een oplossing. We drinken eerst nog een Steinfelder Klosterbier in het café en melden ons aan bij de receptie van de gastenkamers. Men biedt ons avondeten aan in het klooster en dat slaan we natuurlijk niet af. Maar eerst naar onze kamer. (Lees verder onder de foto’s).

De tijd dat kloosterverblijven nog bestonden uit vochtige kamertjes met een hard bed, een nachtpot en een bijbel is duidelijk voorbij. We krijgen een super-de-luxe kamer met panoramisch zicht over de bossen rondom ons. Er is zelfs een minibar!

We genieten van de inloopdouche en gaan op verkenning in het klooster. Er is een rondgang en de basiliek in Romaanse stijl is een bezoek méér dan waard.

Het avondeten is niet veel … euh… soeps, want het bestaat eigenlijk voornamelijk uit maaltijdsoep met een grote Frankfuterworst in het midden.

Gelukkig is er Steinfelder Klosterbier.

Op naar Antwerpen! – strepen trekken

Hij wilde van geen wijken weten, maar ik moest er wel voorbij. Een andere weg had ik net geprobeerd, maar die leidde nergens toe. Of toch niet naar de richting die ik in gedachten had. Dan maar afstand nemen en hopen dat hij in het grasveld een beetje verder een lekkere hap zag. Gelukkig zag het Gallowayrund dat na enkele minuten ook in en waggelde hij verder naar het zoete groene gras.

Ik bevind mij in natuurgebied De Oude Landen in Ekeren. Een klein uur eerder ben ik bij wijze van experiment vertrokken van mijn werk in Antwerpen naar huis in Brasschaat. De bedoeling was om te testen hoe het mij zou vergaanom al lopend de krap 19 kilometer naar huis te overbruggen met een rugzak met kledij op mijn rug.

Ik loop de kudde runderen (er stonden er nog enkele achter de bomen) voorbij en loop verder naar het station van Ekeren. Eens ik de brug begin te beklimmen, begint er een lichte pijn aan de buitenkant van mijn linkerknie op te steken. Geen probleem: ik heb dat al eens eerder gehad en dat ging altijd als vanzelf weer voorbij. Dat hoort nu eenmaal bij deze schoenen. Maar deze keer is het anders dan anders; op de Donksesteenweg, waar een erg verwaarloosd voetpad ligt, wordt de pijn erger en erger. In Brasschaat centrum wordt hij zelfs brandend. Van daar is het nog tien minuten naar huis.

Eenmaal thuis ben ik eerst blij: het experiment lijkt geslaagd. Ik ben er niet overdreven moe van. mijn knie doet dus wel pijn, maar dat zal morgen wel weer over zijn. Denk ik.

’s Anderendaags ben ik er inderdaad min of meer vanaf. De eerste stappen uit mijn bed voel ik nog een klein beetje, maar dan ben ik er van af en de rest van de dag vergeet ik het zelfs.

Die avond staat er een intervaltraining gepland. De eerste versnelde sessie gaat goed. De tweede eigenlijk ook. Het is pas bij de derde dat ik weer een pijntje begin te voelen. En vanaf dan is het hek van de dam. Het is nog een eindje naar huis maar elke stap lijkt het wel erger te maken.

De laatste twee kilometer zijn hels. Als ik moet stoppen voor een verkeerslicht, besluit ik rondjes te lopen; als ik effectief moet stoppen en terug vertrekken, voel ik een enorme, stekende pijn aan de buitenkant van mijn knie.

Bij thuiskomst beslis ik de voor woensdag geplande training, een dag later dus, te annuleren en te wachten tot mijn volgende op zaterdag. Het gevoel in mijn been als ik uit mijn bed stap, geeft mij alvast gelijk.

Donderdag en vrijdag vermindert te pijn dan weer. Sterker nog: als ik op vrijdag nog even moet spurten om een trein te halen, realiseer ik mij eens ik gezeten ben dat ik niets voelde. Zou het?

Op zaterdag ga ik nieuwe schoenen kopen bij Top Running in Wuustweel. Toeval: ik was dat al langer van plan. Ik wordt er echt uitgebreid bevraagd én getest en uiteindelijk wandel ik buiten met een paar Saucony Triumph-schoenen. En een obligaat paar loopsokken.

Saucony Triumph

Mijn drang om ze te gaan uittesten in uiteraard groot en in besluit mij toch te wagen aan de geplande intervaltraining van een uurtje. Als dat goed gaat, kan ik morgen, zondag, nog een duurloop afwerken en zou die knie slechts een kwade droom geweest zijn.

Aanvankelijk gaat het ook best goed. tijdens de opwarming ben ik goedgeluimd en geniet ik van de omgeving. (lees verder onder foto)

Park van Brasschaat in de winter

Maar tijdens de snellere sessies begint het opnieuw. Deze keer niet zo erg als dinsdag, maar toch erg genoeg. Ik werk de training wel af in de wetenschap dat het waarschijnlijk de laatste zal zijn in één, of erger, meerdere weken. Die marathon komt nu wel heel erg in het gedrang. …

Komt het door de opgedreven traininginstensiteit? Hebben die kwakzalvers van de Nike Runnning Store mij enkele maanden geleden verkeerde schoenen aangesmeerd? Feit is dat ik na grondig onderzoek in Wuustwezel neutrale zolen bleek nodig te hebben; maar de verkoper in Antwerpen was stellig; hij kon op het zicht zien dat mijn schoenen zeker naar buiten zouden moeten corrigeren. Ik weet ook dat in nooit last had van mijn knieën, maar met deze Nikes was het van dag één het geval. Het is ook weer weg gegaan, dus ik dacht dat het zaak was van even te wennen.

Was het dan toch het naar huis lopen met de rugzak? Zorgde die extra belasting voor de finale duw richting volwaardig knieprobleem? Of was het de staat van de weg?Ik heb alvast alle symptomen van runner’s knee, maar ergens diep vanbinnen hoop ik toch dat het volledig de schuld was van die slechte schoenen en dat het nu snel voorbij zal zijn. Amper een week nadat een cardioloog tegen me zei dat ik een wel erg gezond hart heb, zal zo’n verrekte (!) knie toch geen roet in het eten gooien? Dinsdag afspraak bij de dokter..

Op naar Antwerpen! – week één

Twaalf weken voor mijn allereerste marathon kon ik eindelijk voor echt beginnen trainen. Het trainingsschema was opgesteld en goedgekeurd. De schoenen stonden klaar en mijn conditie ging de goede kant uit. Wat kon er nog verkeerd gaan? Juist ja: die dekselse agenda!

Normaal begonnen we, in groep, op maandag met de allereerste training. Ik moest al meteen afzeggen omdat er al iets in de agenda stond: cardiologisch onderzoek. Ik had die afspraak al in de laatste week van oktober gemaakt omdat de huisarts ‘iets’ gezien had dat hij verder wilde laten onderzoeken. En zodoende kwam ik dus bij de cardioloog terecht. Om een lang verhaal kort te maken: alles perfect in orde, maar beter op veilig spelen met die dingen.

Na nog wat agendaproblemen was het meteen donderdagavond. We deden een heerlijke intervaltraining (ik hou van intervals!). Ik zou ze bijna ‘gezellig noemen’. Tien keer twee minuten met telkens een rustige minuut tussen. Heerlijk! 

Zaterdag ging ik op m’n eentje trainen. Ik had het parcours van de ‘Brasschaat Park Classic’ bestudeerd en wilde iets soortgelijks doen. Na twintig kilometer zou ik er al vanaf zijn. Het regende fel en daardoor ging het goed. Aan het fort van Brasschaat moest ik even van mijn route afwijken omdat mijn geplande weg werd geblokkeerd door een verbodsbord. Waarom België geen allemansrecht heeft: ik zal het nooit begrijpen.

Allemansrecht NU!

Na een mooie looptocht via natuurgebied de Uitlegger en Hoogboom (soms zelfs met glimpen natuurgebied die (met wat fantasie. Nee, met véél fantasie) aan Schotland doen denken) kwam ik met zware benen maar gelukkig terug thuis aan. Achteraf gezien waren die twintig kilometer mijn langste training ooit.

Pad of beek?

 

Kortom: Ondanks de weinige trainingen klaar voor week twee!

Halve Marathon Lier

Van alle halve marathons die ik al gelopen heb (niet dat dat zo’n indrukwekkende lijst is), kende deze de slechtste voorbereiding. De avond voordien was het nieuwjaarsreceptie op mijn werk en ik heb mij niet aan water of fruitsap gehouden.  ’s Morgens word ik anderhalf uur te vroeg wakker en kan ik de slaap niet meer vatten. Ik heb ook een verkoudheid en in de loop van de voormiddag voel ik mij bij momenten zo ellendig, dat ik overweeg niet te gaan. Het enige dat mij om twaalf uur doet beslissen de gezellig warme living te verruilen voor de dijken van Lier, is het feit dat ik enkele maanden geleden een abonnementje voor alle natuurlopen heb gekocht.En die zeventien euro moeten redenderen!

Het is dan ook met een bang hartje dat ik net op tijd in Lier aankom. Ik heb wel eerder halve marathons gelopen, maar nog nooit verder dan die 21 kilometer. Ik voel me nog alijd niet geweldig. En voelde ik daar ook mijn darmen niet tekeer gaan als een rommelende sneeuwlawine? 

Na een korte opwarming (één schamel rondje op de piste) begeef ik me naar de start. Vooral omdat de omroeper aandringt: de start is al binnen vier minuten. Op weg naar de start kom ik Mark tegen en samen bewegen we ons naar het startvak. In dat startvak zie ik Linda en en na het uitwisselen van gelukwensen is het alweer tijd om te starten!

De eerste twee kilometer loop ik samen met Mark en gaat het best goed. We doen het rustig en worden veel gepasseerd, maar da’s niet erg: die halen we straks wel terug in. 

Na drie kilometer steekt mijn oude, bekende vijand  weer de kop op; Rugpijn! Ik moet mijn snelheid temperen en Mark laten gaan. De rugpijn word erger en erger en ik moet me, zoals altijd vroeger, erdoorheen bijten. Hard bijten. De laatste keer dat het zich manifesteerde was tijdens de tien mijl van Antwerpen en is toen nooit echt overgegaan. Ik vrees dus het ergste; dit nog achttien kilometer uithouden is onmenselijk. Ik hou mijn hand op mijn rug in de hoop dat het voor wat opwarming zorgt en dat helpt wonderwel. Drie kilometer verder is de pijn voltooid verleden tijd. 

Ik hou mij nog even in. Onderweg staat pa langs de kant te supporteren. De naweeën van de rugpijn spelen me nog parten tot na de bevoorrading onder de brug in Nijlen. Eens die brug helemaal gepasseerd acht ik mijn moment gekomen. Ik voel me wonderwel goed en verhoog mijn tempo. Zonder dat het tegenvalt. Langs de dijk van het Netekanaal begin ik de ene na de andere loper in te halen op de tonen van ‘Survival’ van Muse op mijn iPhone. Ik zie het groepje van Mark in de verte snel dichterbij komen. Eens de Heilige Grond van Lierse gepasseerd, verlies is de groep uit het oog doordat een voetgangerstunnel me het zicht ontneemt. Na dat tunneltje blijkt die groep uit elkaar gevallen en krijg ik, met nog drie kilometer te gaan, symbolische waterzakken aangemeten aan mijn enkels. 

De laatste kilometer gaat in en de waterzakken lijken verdwenen. Ik kijk op mijn horloge en daaruit blijkt dat een persoonlijk record nog mogelijk is. Ik lijk wel te zweven en voel me geweldig. Maar in de laatste bocht wordt duidelijk dat ik het wereldrecord op de honderd meter zou moeten verbeteren. Dat is vandaag te hoog gegrepen, maar kom toch half euforisch binnen op 1:50:46, 6 seconden boven mijn persoonlijk record. Bij de nabespreking aan de aankomst ben ik zelfs wat overmoedig: wanneer iemand voorstelt om de Marathon van Lier, binnen twee maanden, mee te lopen, zeg ik er serieus aan te denken. Laat dat, bij nader inzien, maar zo. De 25 volgende maand zullen al lastig genoeg worden. 


Er moet mij toch nog iets van het hart, beste lopers. Voorbij de brug aan het keerpunt in Nijlen lag de berm besmeurd met verpakkingen van gelletjes, terwijl er tweehonderd meter eerder een bevoorradingspost stond met meer dan voldoende vuilbakken. Dan doe je dat toch expres? Als triatlonofficial mag ik daar -geheel terecht- een gele kaart voor trekken. Hier kan ik weinig anders dan het op deze pagina aanklagen…

2017 in loopstijl

Goede voornemens, daar doe ik niet aan. Ik ben dus niet meteen zinnens gezonder te gaan eten. Of te stoppen met drinken. En roken doe ik niet, dus daar kan ik ook niet mee stoppen. 2017 moet vooral een geweldig loopjaar worden met als neus van de zalm de marathon van Antwerpen. Of ik mezelf daarna nog in zo’n avonturen stort, zal snel na 23 april duidelijk worden. Ik heb voor de zekerheid, maar zonder mezelf er nu al toe te dwingen, de marathon van Amsterdam al in mijn agenda gezet.

Tot het 23 april is, wil ik wel nog zeker dat t-shirt van de Natuurlopen van Lier de mijne maken. Daartoe moet ik de halve marathon én de 25 kilometer van Lier nog tot een goed einde brengen. Ook de halve marathon van Breda wil ik graag nog eens meedoen, omdat het in Breda toch ook altijd een beetje carnaval is.

In elk geval: veel plezier in 2017!