Categoriearchief: Geen categorie

De Eifelsteig :Steinfeld – Blankenheim (24,3 km)

Na een viersterrennacht in het klooster (ik kan mij de laatste keer dat ik nog zo heerlijk geslapen heb niet meer herinneren) en een tweesterren ontbijt, zijn we weer klaar om een nieuw hoofdstuk Eifelsteig aan te snijden. We wandelen vandaag van Steinfeld naar Blankenheim, net geen 25 kilometer. Het hoogteprofiel voorspelt een relatief vlakke wandeling, dus vooruit met de geit!

Van geiten geen sprake als we meteen het woud in worden gestuurd. Van andere dieren evenmin. We zien hier en daar wel omgewoelde aarde van de everzwijnen en al eens een hertenkeutel, maar wilde dieren in vol ornaat? Dat niet.

We steken een drukke weg over en al snel staan we op de Köningsberg met het allerlaatste zicht op het klooster van Steinfeld. Daarna gaat het verder door het bos en komen we voorbij het Romeinse kanaal. Dat is een soort waterleiding die het nodige drinkwater vanuit de Eifel naar Colonia (Keulen) moest voeren. De bron was (en het bouwsel staat er nog steeds) vlakbij Nettersheim, waar we kort voor de middag passeren.

Het is een – naar Eifeler normen- groot dorp met een bakker, een station, een kapsalon en zelfs en Natuurcentrum. Dat laatste vereren we dan ook met een bezoek, maar we staan al snel terug buiten. Er is geen cafetaria en de tentoonstelling is betalend. Dan liever de echte natuur in. Na een halfuurtje -en het passeren van enkele Romeinse overblijfselen later, komen we aan een meertje waar we besluiten te eten. De zon laat zich intussen ook zien.

We wandelen verder langs een fraaie bosrand en komen snel in de buurt van Blankenheim, onze eindbestemming van vandaag. De Eifelsteig stuurt ons nog wat rond langs de ‘Tiergartentunnel’ en het Slot, om ons zo het dorp van bovenaf te laten betreden. Blankenheim blijkt een onverwacht mooi dorp met vakwerkhuizen en de bron van de Ahr, waar men besliste een monument rond te Bouwen.

We drinken nog een weissenbier in het Museumcafé van het Eifeler Museum, omdat het ook in dit dorp zoeken is naar een open horeca-gelegenheid.

Slapen doen we in hotel-restaurant Schlössblick, maar wij hebben eerder gardenblick. De kamer is alweer helemaal in orde (met minibar die ook deze keer dichtblijft) In het restaurant smul ik van een steak met frieten en pepersaus.

We sluiten de dag af meteen fel haperende live-uitzending van de Rode Duivels tegen Cyprus. Ook op een iPad was de 5-0 van Lukaku géén buitenspel.

Eifelsteig Dag 1: Gemünd – Kloster Steinfeld, 17,9 km.

Het is al bijna elf uur als we de eerste stappen van de Eifelsteig zetten in Gemünd. We steken de weg over, gaan het bos in en mogen al meteen beginnen klimmen. We wandelen door een dicht herfstbos. De weg ligt verstopt onder afgevallen bladeren en het bos ruikt naar het najaar. Aan het eerste uitzichtpunt is het al meteen tijd om iets uit te spelen; het is zonniger en vooral droger dan voorspeld.

Na zeven kilometer komen we door het dorpje Olef, bekend voor zijn mooie vakwerkhuizen. We nemen wat foto’s en kijken onze ogen uit op het fraaie dorpsplein. We worden aangesproken door één van twee oudere heren die op een bank in het dorp zitten te praten. Hij blijkt Georg Kessler te zijn. Ooit succescoach en nu genietend van zijn oude dag in dit kleine Eifeldorp. Hij onderhoud ons een halfuur in vlekkeloos Nederlands over de voetballerij en de Europese geschiedenis en lijkt erg blij te zijn om nog eens iemand met een Vlaamse tongval te horen spreken. Net als we denken dat hij nooit meer zal ophouden (wat een begenadigd spreker is die man!) wijst hij ons naar een opstelling met een stoel die, vanuit een bepaalde hoek gezien, je ogen bedriegt. Hij gaat nog even mee op de foto en we kunnen verder (terwijl u Wikipedia checkt).

Na een dorp, dat is nu eenmaal zo in de wereld der trekkers,komt altijd een klim. We wandelen doorheen een naaldwoud en komen snel uit in Golbach, waar we willen eten en rusten. Alleen zijn de twee eetgelegenheden in het dorp gesloten omdat het maandag is, blijkbaar een erg populaire sluitingsdag. We nemen dan maar noodgedwongen onze toevlucht tot een bankje op het speeltuintje. Zonder koffie maar met de zon.

Na het eten gaan we snel naar het laatste deel van de etappe. Nog zes kilometer tot Kloster Steinfeld. Loofbos in herfstkleuren wisselt af met weiden. Als we een drukke weg oversteken en bovenaan in de weide naar links kijken, zien we het klooster al liggen. Toch is het nog bijna drie kilometer. (Lees verder onder de foto’s)

We mogen nog net door als een boer de wandelweg heeft afgezet om zijn koeien door te laten. De weg gaat over op een smal glibberig paadje in het woud. Het stijgt en daalt ook sterk, waardoor we goed moeten uitkijken waar we onze voeten zetten. Eenmaal boven wandelen we langs de Kloostermuur naar de poort. We besluiten eerst een tafel te gaan reserveren in één van de drie restaurants, maar ook die blijken alledrie gesloten wegens maandag. Geen probleem; in het klooster weet men vast een oplossing. We drinken eerst nog een Steinfelder Klosterbier in het café en melden ons aan bij de receptie van de gastenkamers. Men biedt ons avondeten aan in het klooster en dat slaan we natuurlijk niet af. Maar eerst naar onze kamer. (Lees verder onder de foto’s).

De tijd dat kloosterverblijven nog bestonden uit vochtige kamertjes met een hard bed, een nachtpot en een bijbel is duidelijk voorbij. We krijgen een super-de-luxe kamer met panoramisch zicht over de bossen rondom ons. Er is zelfs een minibar!

We genieten van de inloopdouche en gaan op verkenning in het klooster. Er is een rondgang en de basiliek in Romaanse stijl is een bezoek méér dan waard.

Het avondeten is niet veel … euh… soeps, want het bestaat eigenlijk voornamelijk uit maaltijdsoep met een grote Frankfuterworst in het midden.

Gelukkig is er Steinfelder Klosterbier.

Op naar Antwerpen! – strepen trekken

Hij wilde van geen wijken weten, maar ik moest er wel voorbij. Een andere weg had ik net geprobeerd, maar die leidde nergens toe. Of toch niet naar de richting die ik in gedachten had. Dan maar afstand nemen en hopen dat hij in het grasveld een beetje verder een lekkere hap zag. Gelukkig zag het Gallowayrund dat na enkele minuten ook in en waggelde hij verder naar het zoete groene gras.

Ik bevind mij in natuurgebied De Oude Landen in Ekeren. Een klein uur eerder ben ik bij wijze van experiment vertrokken van mijn werk in Antwerpen naar huis in Brasschaat. De bedoeling was om te testen hoe het mij zou vergaanom al lopend de krap 19 kilometer naar huis te overbruggen met een rugzak met kledij op mijn rug.

Ik loop de kudde runderen (er stonden er nog enkele achter de bomen) voorbij en loop verder naar het station van Ekeren. Eens ik de brug begin te beklimmen, begint er een lichte pijn aan de buitenkant van mijn linkerknie op te steken. Geen probleem: ik heb dat al eens eerder gehad en dat ging altijd als vanzelf weer voorbij. Dat hoort nu eenmaal bij deze schoenen. Maar deze keer is het anders dan anders; op de Donksesteenweg, waar een erg verwaarloosd voetpad ligt, wordt de pijn erger en erger. In Brasschaat centrum wordt hij zelfs brandend. Van daar is het nog tien minuten naar huis.

Eenmaal thuis ben ik eerst blij: het experiment lijkt geslaagd. Ik ben er niet overdreven moe van. mijn knie doet dus wel pijn, maar dat zal morgen wel weer over zijn. Denk ik.

’s Anderendaags ben ik er inderdaad min of meer vanaf. De eerste stappen uit mijn bed voel ik nog een klein beetje, maar dan ben ik er van af en de rest van de dag vergeet ik het zelfs.

Die avond staat er een intervaltraining gepland. De eerste versnelde sessie gaat goed. De tweede eigenlijk ook. Het is pas bij de derde dat ik weer een pijntje begin te voelen. En vanaf dan is het hek van de dam. Het is nog een eindje naar huis maar elke stap lijkt het wel erger te maken.

De laatste twee kilometer zijn hels. Als ik moet stoppen voor een verkeerslicht, besluit ik rondjes te lopen; als ik effectief moet stoppen en terug vertrekken, voel ik een enorme, stekende pijn aan de buitenkant van mijn knie.

Bij thuiskomst beslis ik de voor woensdag geplande training, een dag later dus, te annuleren en te wachten tot mijn volgende op zaterdag. Het gevoel in mijn been als ik uit mijn bed stap, geeft mij alvast gelijk.

Donderdag en vrijdag vermindert te pijn dan weer. Sterker nog: als ik op vrijdag nog even moet spurten om een trein te halen, realiseer ik mij eens ik gezeten ben dat ik niets voelde. Zou het?

Op zaterdag ga ik nieuwe schoenen kopen bij Top Running in Wuustweel. Toeval: ik was dat al langer van plan. Ik wordt er echt uitgebreid bevraagd én getest en uiteindelijk wandel ik buiten met een paar Saucony Triumph-schoenen. En een obligaat paar loopsokken.

Saucony Triumph

Mijn drang om ze te gaan uittesten in uiteraard groot en in besluit mij toch te wagen aan de geplande intervaltraining van een uurtje. Als dat goed gaat, kan ik morgen, zondag, nog een duurloop afwerken en zou die knie slechts een kwade droom geweest zijn.

Aanvankelijk gaat het ook best goed. tijdens de opwarming ben ik goedgeluimd en geniet ik van de omgeving. (lees verder onder foto)

Park van Brasschaat in de winter

Maar tijdens de snellere sessies begint het opnieuw. Deze keer niet zo erg als dinsdag, maar toch erg genoeg. Ik werk de training wel af in de wetenschap dat het waarschijnlijk de laatste zal zijn in één, of erger, meerdere weken. Die marathon komt nu wel heel erg in het gedrang. …

Komt het door de opgedreven traininginstensiteit? Hebben die kwakzalvers van de Nike Runnning Store mij enkele maanden geleden verkeerde schoenen aangesmeerd? Feit is dat ik na grondig onderzoek in Wuustwezel neutrale zolen bleek nodig te hebben; maar de verkoper in Antwerpen was stellig; hij kon op het zicht zien dat mijn schoenen zeker naar buiten zouden moeten corrigeren. Ik weet ook dat in nooit last had van mijn knieën, maar met deze Nikes was het van dag één het geval. Het is ook weer weg gegaan, dus ik dacht dat het zaak was van even te wennen.

Was het dan toch het naar huis lopen met de rugzak? Zorgde die extra belasting voor de finale duw richting volwaardig knieprobleem? Of was het de staat van de weg?Ik heb alvast alle symptomen van runner’s knee, maar ergens diep vanbinnen hoop ik toch dat het volledig de schuld was van die slechte schoenen en dat het nu snel voorbij zal zijn. Amper een week nadat een cardioloog tegen me zei dat ik een wel erg gezond hart heb, zal zo’n verrekte (!) knie toch geen roet in het eten gooien? Dinsdag afspraak bij de dokter..

Niet dit jaar

Ik ben niet gestart aan de Dodentocht dit jaar.

Toch ben ik gewoon thuis.

Twee jaar na elkaar de mytische 100 kilometer wandelen leek mij meer dan voldoende. Ook al omdat een parcours dat elk jaar weer grotendeels op dat van een jaar eerder lijkt snel verveelt als je er bijna 24 uur op loopt. Natuurlijk, de euforie van de laatste halve kilometer in de winkelstraat is met niets te vergelijken, maar vorig jaar betrapte ik mezelf erop dat ook dat slijt. Het was toen nog aangenaam, dat zeker, maar de adrenalinerush van de editie daarvoor kwam nooit helemaal terug.

Of ik nu nooit meer zal deelnemen? Natuurlijk niet. In 2019 zou de 50ste editie moeten doorgaan, die jubileumeditie wil ik niet missen. Daarna zou elk decennium van mijn leven nog minstens één Dodentocht moeten zien. Minstens, want ik wil er zeker tien hebben uitgelopen.

In afwachting van de editie van 2019, stort ik met dus op andere uitdagingen.

 

Bloggen in de mist

Een blog beginnen is veel makkelijker dan er een houden. Die bewering blijft staan als een huis. Mijn bedoeling om regelmatig te posten tijdens reizen en na uitstappen, is aanvankelijk goed gelukt (mijn blog over The West Highland Way) maar is naderhand wat in het water gevallen.

Zo was het te bedoeling van onze reis naar Canada, wat voor mij toch de strafste in jaren was, hier uitgebreid te documenteren. Dat is een beetje fout gegaan. Ten eerste leerde ik dat je best á la minute blogt, want die notities verworden toch nooit tot computertekst van hetzelfde niveau zoals je die in je hoofd hebt als je het beleeft. Toegegeven; dat is deels mislukt omdat ik in Revelstoke m’n IPad vergat en we die pas na een week terug zouden krijgen. In het begin vond ik dat nog niet zo erg; ik kon alles noteren en later, we zouden pas in Kelowna terug WiFi hebben, alles te boek stellen. De vraag is of de tabet het ook zo lang zonder opladen zou uitgezongen hebben.

Ten tweede is het duidelijk dat een trektocht zoals in Schotland je opzadelt met heel veel vrije avondtijd die je dan nuttig kan besteden door, ik zeg maar wat, te bloggen. In de Canadese situatie hadden we een knoert van een auto bij en die gebruikten we ’s avonds dan ook vaak om nog ergens wat gaan te eten, wat snel een avondvullend programma werd. Of we waren bij familie en dan is een halfuurtje bloggen snel minder beleefd.

Excuses ik weet het, maar ik maak het een beetje goed. Ons verhaal van Canada zal hier –ingekort en met minder opwinding getypt- nog altijd verschijnen. En ik heb alweer een nieuw Schots avontuur geboekt. Aan de rubriek “uitstappen” is ook gedacht; in december brengen we drie dagen door aan de Normandische Kust, door zijn geschiedenis ook een opwindende plek.

Ik schrijf dit stukje trouwens op de trein, een heel inspirerende omgeving. Jullie zijn dus nog lang niet van mij vanaf.

Backpackers ABC

Backpackers ABC

Vandaag stootte ik op deze website. Bijna net zo interessant als mijn eigen Reis-ABC! 

2014 in reisjes.

Mooi. 2014 is nu al een end ver en veel komt er niet op deze blog terecht. Dát is wat je zou kunnen denken als je het hele digitale (niet-) gebeuren bekijkt.

Wat er nog op mijn programma staat? Wel, wat dagtrips betreft is het nog koffiedik kijken, maar de iets grotere reizen gaan naar Canada in juli en naar de West Highland Way in Schotland volgende week zaterdag.

De eerste, Canada, is (op Nieuw-Zeeland na)(misschien) mijn absolute droombestemming. Lang genoeg heb ik andere mensen horen spreken over magische plekken als Toronto,  Vancouver, Victoria Island of, zoals onderstaande foto laat zien, Banff.

banff

 

Tijd dus om die plaatsen met m’n eigen ogen te gaan aanschouwen. Al besef ik dat het er in juli ongelooflijk druk zal zijn. Vanaf 10 juli te volgen op deze Blog.

De West Highland Way ga ik vanaf volgende week zaterdag wandelen, zei het niet helemaal. Ten eerste heb ik maar vijf dagen en ten tweede zijn de Schotse weersomstandigheden in deze tijd van het jaar niet altijd even voorspelbaar, waardoor ik voor kortere etappes heb geopteerd. En ietwat comfortabelere slaapplaatsen (in plaats van een tent in de regen). Hoe het me daar vergaat, lees je vanaf volgende week op deze pagina.

WHWRoute       Schotland1

Geniet van het weekend én vooral: van de zon. Maar oppassen voor zonne-allergie. Of pollen.

628

Stel je het volgende tafereel voor: Tomorrowland 2014. Het is zaterdag in het eerste weekend. De zon schijnt en de vogeltjes fluiten. Alleen hoor je ze natuurlijk niet  omdat de bonkende deunen alles overstemmen. De sfeer zit er goed in (het blijft een festival) en de drank (en, we moeten daar niet naïef in zijn, de drugs) beginnen hun werk te doen. Koppeltjes staan te kussen en de geur van hamburgers vult de weides aan de verschillende podia. Regi is goed gezind en de hardstylers stylen hard.

Ondertussen is het vijf uur en dan speelt Laurent Garnier zijn set op de mainstage. De kom aan de mainstage stroomt vol met duizenden dansende jonge, mooie lijven. Er word in nekken gezeten alsof iemand juist de ‘kamelendans’ heeft opgelegd en de opblaasgadgets van een bekend vaderlands telecommerk vliegen door het zwerk. Alles is zoals het moet zijn; Tommorowland op zijn allerbest.

Of toch niet? als in de menigte vlakbij het podium het lot een wrede sprong maakt waardoor een met helium gevulde ballon ontploft door een sigaret en dat een bescheiden doch duidelijk vlammetje geeft, ontstaat er paniek. Mensen drummen  en vertrappelen elkaar. De menigte kan niet meteen een kant uit omdat de hellingen aan de kom te stijl zijn en de massa verstikt zichzelf. Er word geschreeuwd, gehuild en getiert. Dit is niet waar de meesten hier voor betaald hebben.

Na een kwartier is het ergste voorbij. De weide ligt bezaaid met mensen die geen teken van leven meer geven. Er is algehele paniek met sirenes als soundtrack. Jongens zoeken hun liefje. Jonge meisjes hun andere vriendinnetjes. Ondertussen stromen de eerste tv-ploegen toe (die toch altijd in de buurt zijn bij dit mega-festival). Mensen krijgen in het zes uur-journaal de eerste beelden te zien en slaan zelf ook aan het panikeren; Ons Shania is daar ook!

Anderhalf uur na de ramp volgt een eerste – voorzichtige- balans; vermoedelijk 258 doden, maar van honderden anderen is nog niets vernomen. De eerste ouders komen intussen aan met hun wagens, die zo een enorme verkeerschaos veroorzaken rond Boom. De organisatoren geven hun eerste persconferentie, die ze nog een hele nacht elk uur zullen updaten.

Om kwart voor twee ’s nachts volgt de definitieve balans; 628 doden en een veelvoud aan gewonden.

De premier en de koning bezoeken zondag de plek van de ramp en proberen nabestaanden te troosten. Er komt een speech; de omstandigheden zullen onderzocht worden en de schuldigen zwaar gestraft! In de eerste zitting na het zomerreces gaat de oppositie zwaar in de aanval; waarom werden er ballons met helium verkocht op Tomorromland? Waarom waren er geen betere evacuatieinstructies? Waarom stond dat podium zo dicht bij de randen van de kom? Waarom werd dat festival überhaupt in De Schorre georganiseerd?

De eerste minister belooft maatregelen; er mogen geen evenementen meer georganiseerd worden voor méér dan vijfduizend mensen. In concreto is de Belgische festivalzomer dus van de kaart geveegd. Een emotionele doch enigzins begrijpende beslissing na 628 doden op één van ’s werelds best georganiseerde festivals. Eén van de organisatoren pleegt een week na het debacle zelfmoord omdat hij het schuldgevoel niet kan dragen.

Tot zover de fictie. In 2013 vielen er 628 doden in het verkeer. Een laagterecord.

Te fiets!

Kopenhagen als lichtend voorbeeld. De Vlaamse regering is niet weinig ambitieus in haar plannen om ook van Vlaanderen een fietsparadijs te maken. Ik wens hen alle succes van de wereld toe, want er is nog werk. En een fietsparadijs bouw je niet op infrastructuur alleen.

Elke morgen neem ik trouw, door weer en wind, mijn stalen ros van stal om naar mijn werk op het Antwerpse Zuid te rijden. Ik vertrek van Berchem en in mijn straat begint het al; enkele richting voor automobilisten in een straat waar wagens aan de twee kanten van de weg mogen parkeren maar waar daar eigenlijk geen plaats voor is. Met de auto kom je er wel door, maar als daar ook nog een fietser moet passeren stelt er zich al snel een probleem. Gelukkig is de straat, naar stedelijke normen, nogal afgelegen en is het dan ook eerder uitzondering dan regel dat je een wagen tegenkomt.

Volgende hindernis is de Arbeidersstraat. Dat is, kort gesteld, een vierbaansweg zonder fietspad midden in een woonwijk. Die moet ik Froggergewijs over geraken én aan de overkant een stukje het verkeer mee volgen. Gelukkig is er in het midden een aantal meter verkeersvrij, zodat je onderweg wat op adem kan komen. Als je het tweede gedeelte ’s ochtends overleeft, ben je, voor je eigen veiligheid verplicht de voetgangers wat te gaan storen op het fietspad.

Mooi. Eens de Arbeidersstraat gepasseerd kom je op de fiets-o-strade Mechelen-Antwerpen en sluit je even verderop aan op de Antwerpse fietsring, een paradijselijk gedeelte doorheen enkele parken. De eerste hindernis op die ring is het zebrapad aan de Grotesteenweg. Als je daar als fietser niet heel erg alert bent, word je geschept door een automobilist die zijn luxewagen op de ring (voor auto’s) wil manoeuvreren. Als je geluk hebt, staat er ook geen auto stil op het overtsteekplaatsje tot aan het eerste licht. En zeg je er wat van, dan is een scheldtirade uw deel. Aan de almacht van de Heilige Koe wordt immers niet geraakt. Vanmorgen botste ik op dat stuk trouwens ei zo na op een klein strooiwagentje van de Stad; er worden dus wel degelijk inspanningen geleverd om, alvast de fietsring, toch ijsvrij te houden. Een je over bent (soms is het lang wachten op groen licht) moet je nog een andere straat oversteken om terug bij de fietsring te komen. Ook daar weer een klein oversteekplaatsje waar het indraaiende verkeer de fietser liever geen voorrang geeft. Zeker niet als dat verkeer uit tientonners bestaat.

Dan weer een stukje fietsring en een oversteekplaats waar de lichten wél snel van kleur wisselen. Als is het ook daar weer uitkijken dat je niet van het zebrapad gemaaid wordt door automobilisten die van de autosnelweg gedraaid komen.

Na het laatste stuk fietsring volgt dan de Silvertoplaan en volg ik de Singel richting Justitiepaleis. Ook daar weer lichten aan het Zuidstation en een versmalling van het fietspad  (mét wagens die er op worden achtergelaten) op het laatste stukje Singel. Eens die versmalling voorbij openbaart zich een breed fietspad en lach ik stilletjes in m’n vuistje bij het zien van de lange file aan de afrit Zuid, die daar op de Singel uit komt.

Ik merk dat er heel wat infrastructuurinspanningen gebeuren in Antwerpen; de Singel krijgt een breed, confortabel fietspad en de fietsring is een Godsgeschenk. Maar de generaal Lemanstraat wordt dan weer heraangelegd zónder roze stroken. En ook de binnenstad is vaak nog een Killing Fields-zone voor fietsers. Vooral dan de Noordelijke Leien. Ik sta ook telkens weer versteld van de arrogante mentaliteit van veel autobestuurders. Alsof in een auto rijden en mij als fiester propere lucht ontnemen niet genoeg tot nederigheid noopt, vinden ze het vaak ook nog nodig op het fietspad stil te staan of gewoon te parkeren. Als je daar als fietser iets over zegt, mag je blij zijn dat het slechts bij schelden blijft. Ik las dat 53% van de Vlamingen de auto neemt voor afstanden onder de 5 kilometer. Er is dus niet, zoals al eerder gezegd, niet alleen infrastructureel een probleem…

Ge moogt naar huis gaan.

Al bijna een week niet gepost! Een goed voornemen dreigt verloren te gaan! Dat  kan zomaar niet…

Misschien komt het wel omdat het een met theater gevuld weekend was?

Het begon donderdag met de première. Die scheen overweldigend te zijn. En hoewel je daar op het podium weinig van merkt (je bent té druk bezig met zaken als ‘niet hoesten’, ‘niet in de lach schieten’ en ‘concentreren op de dancemoves’), was het toch een energiek gevoel. En een euforisch, dat mag gezegd.

Vrijdag, de moeilijke tweede, bleek inderdaad minder geconcentreerd te verlopen dan de dag ervoor. Ik merkte ook bij mezelf dat ik bepaalde bewegingen, die ik na twee weken oefening toch onder de knie dacht te hebben, gewoon vergat, bewoog waar het niet mocht en zong als ik moest zwijgen. En dat dan maal 50. Het publiek bestond weliswaar uit ongeïnteresseerde belhamels, het mocht eigenlijk toch niet gebeuren.

Zaterdag schoof ik van het podium. Beter; ik werd er af getrokken tijdens het gevecht waardoor mijn scheenbeen in botsing kwam met de stevige metalen rand van een podiumtrap. Ik had er de rest van het weekend (en eigenlijk ook nog op maandag) last van.

Zondag was de grote finale en was eigenlijk de beste van de drie. Al voelde ik me in het eerste deel wat achteruit gedrukt.

Ik heb me tijdens de twee weken vaak gefrustreerd gevoeld. Heb vaak het idee gehad dat de mensen die beslisten de verkeerde keuzes maakten en de verkeerde dingen in de voorstelling stoken. Maar achteraf kan ik alleen maar vaststellen dat ze wel degelijk gelijk hadden. Al blijf ik het een beetje jammer vinden van de gebruikte cliché’s. Maar dat minidetail weegt niet op tegen het geweldige gevoel war ik, twee dagen na de laatste, nog altijd mee rondloop. Mede door de fantastische mensen die ik heb leren kennen.

Een filmpje van onze prestatie kan je hier zien:

Veel plezier!