Archive of ‘Halve marathon’ category

Vijf dingen die mij storen (tijdens de wedstrijd)

De allereerste marathon is alweer een maand geleden.

Ik heb een tijdje last gehad van een serieuze martahondecompressie, compleet met vettig eten en weinig training, maar vanaf ten laatste volgende week komt daar opnieuw verandering in. Ik heb immers nog wel wat te lopen in 2019 (onder andere de Antwerp Marathon in april). 

Ik doe erg graag wedstrijden, maar er zijn toch een aantal zaken die mij van het hart moeten. Ik kan me tijdens zo’n wedstrijd aan een aantal zaken storen en daar wil ik nu even vanaf. Komt’ie!

Afval

Met stip op één (na één is er geen volgorde meer, maar dit staat dus wel op één).Elke. Keer. Opnieuw. Waar je ook gaat; overal afval. In de stad of vrije natuur? Voor een fiks deel van de collega-lopers maakt het geen zak uit. Gelletje op en hopla, de kant in.  Hoe moeilijk kan het zijn om de die verpakking van dat gelletje of die reep mee te nemen tot aan de volgende bevoorrading? Dat ding weegt toch geen 15 kilo? Onvergeeflijk en in mijn ‘ideale wereld’ onmiddellijk uit de wedstrijd! 

(vanaf hier hebben de ergernissen geen volgorde meer)

Leuk doen in de startbox

Vooral van toepassing op grote wedstrijden, georganiseerd door Golazo. ‘Waar zijn die handjes?’. ‘En nu de dames!’. Wel, als ik die ongein wilde horen, ging ik wel naar een optreden van Regi of Dimitri Mike en Vegas (of zoiets). Ik ben hier om te lopen, niet om met een lief naar huis te gaan. 

De regels niet volgen

Op de marathon was het weer van dat. Een week op voorhand een mail: meefietsen niet toegelaten. Drie dagen op voorhand een mail: meefietsen niet toegelaten. De dag voor de start een mail: MEEFIETSEN NIET TOEGELATEN. Op het wedstrijdsecretariaat: NIET MEEFIETSEN, PLIEIEIEIEIEIEIEIES!!!! En wat zien we dan tijdens de wedstrijd? Inderdaad: er wordt volop meegefietst. In het begin  nog verdekt (‘Oe? Is er hier een marathon?’). Later in de wedstrijd gewoon flagrant een loper volgend en aanmoedigend en drank uitreikend. Vervang fietser door ‘hond’ of iets anders (waar ik nu niet meteen een voorbeeld van kan verzinnen) en u weet wat ik bedoel. De organisatoren kennen de situatie en nemen daarom bepaalde maatregelen. Volg die, hoe moeilijk kan dat zijn?

mensen zonder oortjes, maar met muziek

Ik draag graag oortjes. Sterker nog; zonder muziek voor mij geen wedstrijden. Muziek zorgt voor de juiste soundtrack bij de prestatie die je op dat moment aan het leveren bent. Maar er zijn van die mensen die hun muzieksmaak zo ongelooflijk graaf vinden dat alle andere deelnemers dat óók wel zullen vinden. Nee. 

Gebrek aan respect voor de helpers 

En dan heb ik het vooral voor de mensen die drank uitdelen. Dat zijn vaak lieve jongens en meisjes van een jeugdvereniging die wat graag de handen uit de mouwen steken. En dan komt daar zo’n pummel die niet snel genoeg een bekertje krijgt (niet zelden een mannelijke vijftiger of zestiger) en begint van de toren te blazen. Ik kan mij indenken dat dat hinderlijk is als je de koploper in zicht hebt en je net wat terrein aan het winnen was, maar als je je in mijn buurt bevindt tijdens een wedstrijd is die kans héél erg klein (tenzij ik net gedubbeld ben) en kan je die paar seconden wel langer wachten. Dus gedraag je. 

Dan zijn er nog wat jargongerelateerde ergerinssen (‘hoe was je run’? ‘run’? Wat is er mis met ‘loop’?) en waarom men in Nederland het per sé altijd over ‘hardlopen’ moet hebben is mij ook ontgaan, maar daar blijft het zo wat bij. 

Valt dus eigenlijk nog wel mee…

 

Halve Marathon Lier

Van alle halve marathons die ik al gelopen heb (niet dat dat zo’n indrukwekkende lijst is), kende deze de slechtste voorbereiding. De avond voordien was het nieuwjaarsreceptie op mijn werk en ik heb mij niet aan water of fruitsap gehouden.  ’s Morgens word ik anderhalf uur te vroeg wakker en kan ik de slaap niet meer vatten. Ik heb ook een verkoudheid en in de loop van de voormiddag voel ik mij bij momenten zo ellendig, dat ik overweeg niet te gaan. Het enige dat mij om twaalf uur doet beslissen de gezellig warme living te verruilen voor de dijken van Lier, is het feit dat ik enkele maanden geleden een abonnementje voor alle natuurlopen heb gekocht.En die zeventien euro moeten redenderen!

Het is dan ook met een bang hartje dat ik net op tijd in Lier aankom. Ik heb wel eerder halve marathons gelopen, maar nog nooit verder dan die 21 kilometer. Ik voel me nog alijd niet geweldig. En voelde ik daar ook mijn darmen niet tekeer gaan als een rommelende sneeuwlawine? 

Na een korte opwarming (één schamel rondje op de piste) begeef ik me naar de start. Vooral omdat de omroeper aandringt: de start is al binnen vier minuten. Op weg naar de start kom ik Mark tegen en samen bewegen we ons naar het startvak. In dat startvak zie ik Linda en en na het uitwisselen van gelukwensen is het alweer tijd om te starten!

De eerste twee kilometer loop ik samen met Mark en gaat het best goed. We doen het rustig en worden veel gepasseerd, maar da’s niet erg: die halen we straks wel terug in. 

Na drie kilometer steekt mijn oude, bekende vijand  weer de kop op; Rugpijn! Ik moet mijn snelheid temperen en Mark laten gaan. De rugpijn word erger en erger en ik moet me, zoals altijd vroeger, erdoorheen bijten. Hard bijten. De laatste keer dat het zich manifesteerde was tijdens de tien mijl van Antwerpen en is toen nooit echt overgegaan. Ik vrees dus het ergste; dit nog achttien kilometer uithouden is onmenselijk. Ik hou mijn hand op mijn rug in de hoop dat het voor wat opwarming zorgt en dat helpt wonderwel. Drie kilometer verder is de pijn voltooid verleden tijd. 

Ik hou mij nog even in. Onderweg staat pa langs de kant te supporteren. De naweeën van de rugpijn spelen me nog parten tot na de bevoorrading onder de brug in Nijlen. Eens die brug helemaal gepasseerd acht ik mijn moment gekomen. Ik voel me wonderwel goed en verhoog mijn tempo. Zonder dat het tegenvalt. Langs de dijk van het Netekanaal begin ik de ene na de andere loper in te halen op de tonen van ‘Survival’ van Muse op mijn iPhone. Ik zie het groepje van Mark in de verte snel dichterbij komen. Eens de Heilige Grond van Lierse gepasseerd, verlies is de groep uit het oog doordat een voetgangerstunnel me het zicht ontneemt. Na dat tunneltje blijkt die groep uit elkaar gevallen en krijg ik, met nog drie kilometer te gaan, symbolische waterzakken aangemeten aan mijn enkels. 

De laatste kilometer gaat in en de waterzakken lijken verdwenen. Ik kijk op mijn horloge en daaruit blijkt dat een persoonlijk record nog mogelijk is. Ik lijk wel te zweven en voel me geweldig. Maar in de laatste bocht wordt duidelijk dat ik het wereldrecord op de honderd meter zou moeten verbeteren. Dat is vandaag te hoog gegrepen, maar kom toch half euforisch binnen op 1:50:46, 6 seconden boven mijn persoonlijk record. Bij de nabespreking aan de aankomst ben ik zelfs wat overmoedig: wanneer iemand voorstelt om de Marathon van Lier, binnen twee maanden, mee te lopen, zeg ik er serieus aan te denken. Laat dat, bij nader inzien, maar zo. De 25 volgende maand zullen al lastig genoeg worden. 


Er moet mij toch nog iets van het hart, beste lopers. Voorbij de brug aan het keerpunt in Nijlen lag de berm besmeurd met verpakkingen van gelletjes, terwijl er tweehonderd meter eerder een bevoorradingspost stond met meer dan voldoende vuilbakken. Dan doe je dat toch expres? Als triatlonofficial mag ik daar -geheel terecht- een gele kaart voor trekken. Hier kan ik weinig anders dan het op deze pagina aanklagen…