Posts Tagged ‘canada’

Vancouver

Het gordellampje brandt al enige tijd als enkele passagiers beslissen om eens te kijken of hun handbagage zich nog wel in het compartiment bevindt. Ook al vormen er zich, door de daling van het vliegtuig, al enige tijd stoppen in onze oren. Het vliegtuig vliegt relatief laag over de haven van Vancouver en we zien op verschillende plaatsen boomstammen in het water drijven. Na een rustige vlucht van bijna vier uur, landen we in Vancouver.

De luchthaven wordt duidelijk onder handen genomen; overal zien we plastic en tijdelijke giproc-muren en horen we de lieflijke geluiden van boren, kloppen en zagen. Na enkele omwegen staan we in de open bagageafhaalruimte. Ook hier wandelen mensen zonder problemen of weerstand binnen en buiten.

Een halfuurtje, een koffie en een bagel later, verschijnt Karina op het toneel. We nemen plaats in haar mooie witte wagen rijden mee naar haar woonplaats White Rock, op bijna 50 kilometer van de luchthaven. De doorsnee Canadees noemt zoiets een steenworp.

Whjte Rock blijkt een in de regio, populair kuststadje te zijn, met alles wat daar bijhoort: restaurants, winkels met strandartikelen, een pier… Wat ik evenwel nog nooit eerder zag was een internationale spoorlijn die evenwijdig met de wandeldijk loopt en die je altijd moet oversteken als je naar het strand wil. De treinen die hier passeren zijn ook vaak zo lang, dat je al snel een kwartier aan de overweg staat te wachten. Een ander nadeel van deze lijn is dat ze haar menselijke tol eist; zo sukkelde eerder dit jaar nog een loopster onder de trein die op weg naar haar strandloop de trein niet hoorde komen omdat haar MP3-speler een tikje te luid stond.

Canada-174

Op de pier slaan we enkele kinderen gaande die naar krabben aan het duiken zijn. In de verte zien we de besneeuwde bergtoppen van de Amerikaanse Olympic Peninsula; ik ben hier op ‘slechts’ 150 kilometer van Seattle, de stad waar mijn allereerste Noord-Amerikaans avontuur bijna 10 jaar geleden begon. De Amerikaanse grens zélf is nog veel dichterbij; we kunnen makkelijk een megahotel herkennen in een gebouw op een eilandje dat officieel tot de USA behoort.

’s Avonds neemt Karina ons mee naar een restaurant op een dak. De zon maakt het voor mij lastig, maar het uitmuntende Canadese bier (ik ga dat nog vaak herhalen) maakt veel goed. We zitten tegen de kustlijn en er passeert eindelijk eens een trein. Het monster is zodanig lang dat het einde niet te zien is. Als een enorme slang kronkelt hij zich langs de stijle rotsen in de verte. Het duurt zeker twintig minuten eer hij voorbij is. Nog een vaststelling; de passagierswagons zijn hier vrolijk gemengd met goederenwagons.

Canada-179

Met het eten achter de kiezen rijdt Karina ons rond langs de Canadees-Amerikaanse grens. Nergens een spoor van het enorme, onder stroom staande, hek op de Amerikaanse grens met Mexico; de grens is hier soms een bescheiden hekje, maar meestal een bescheiden beekje. De grensovergang, enkele honderen meters verder, word wėl streng bewaakt, waardoor er altijd lange files staan.

 

’s Anderendaags nemen we de bus naar Vancouver, De stad is pas de achtste van Canada, maar oogt, door zijn indrukwekkende skyline, als de grootste. De bus zet ons af aan de luchthaven waar we meteen in de Skytrain springen. Dat treintje zonder menselijke chauffeur krijgt de prijs voor ‘meest gestolen naam van een publiek transportmiddel’. De eerste paar stations liggen nog bovengronds, maar het overgrote deel van de reis gaat onder de grond verder. Niets te sky. We springen eruit in Waterfront station, bijna aan de andere kant van de stad.

Canada-221

We zetten koers naar Canada Place, een plein op een naburige pier gewijd aan de Canadese geschiedenis. Het is opvallend; overal in Canada zie je de Maple Leaf uithangen, de ene al wat enormer dan de andere; qua patriottisme hebben ze weinig te leren van hun grote zuiderbuur. Vanop Canada Place heb ik een zicht op iets dat ik nooit eerder zag; een luchthaven voor watervliegtuigen. Compleet met in het water gemarkeerde start- en landingsbanen, een passagiersterminal en een tankstation. Canada square is ook de voornaamste cruiseterminal van Vancouver; gelukkig ligt er vandaag geen schip aangemeerd.

Canada-189Canada-191Canada-192

We nemen snel een koffie bij Starbucks en wandelen naar Gastown. Eén van de oudere delen van de stad. We proberen om een foto te nemen bij de beroemde (al had ik er nooit eerder van gehoord) stoomklok, maar dat levert ons vooral een competitie op met de massaal aanwezige Aziaten, die ook een uniek beeld willen bij deze Canadese Manneke Pis.

Canada-200

Als dat na een kwartier eindelijk gelukt is, duiken we enkele sfeervolle souvenirshops binnen om vervolgens wat dieper downtown in te gaan. Eerlijk gezegd vind ik de binnenstad maar niets; het ziet er behoorlijk afgeleefd uit. Ik moet jammer genoeg meer aan Charleroi dan aan Toronto denken. Naar Stanley Park dan maar, met de meest enthousiaste buschauffeur die ik in lange tijd gezien heb. De man is zich goed bewust van zijn taak als vertegenwoordiger van zijn stad en somt bij elke halte een waslijst bezienswaardigheden op.

Stanleypark is een enorm stadspark vernoemd naar dezelfde kerel als die waar de Stanleycup, in het ijshockey, naar vernoemd is. Het toont nog maar eens aan hoe gek deze natie is op het ijzige puckspel. We lunchen in een horecazaak tussen de bomen en vernemen daar dat er in Oekraïne een Maleis vliegtuig met héél veel Nederlanders aan boord door de Russen uit de lucht is geknald. Mijn vliegangst zou weer een beetje toenemen. Tijdens het eten bestuderen we een kaartje en komen we tot de vaststelling dat dit park veel te groot is om te voet te doen. Na het eten keren we dus terug tot net buiten het park en huren een fiets. Voor één keer is het ok te luisteren naar iemand die zegt: “want iedereen doet dat.”.

We krijgen een ietwat raar gevormd rijwiel en een, in Canada verplichte, fietshelm ter beschikking en zetten terug koers naar het park. Daar blijkt een dot van een fietsring rond te liggen en zijn verplicht hem te volgen. Het is zelfs enkele richting. Onze eerste stop is aan de wereldberoemde totempalen van het park. Het is ook hier verrassend rustig. Na wat foto’s fietsen we verder en passeren we na enkele kilometer onder de Lion’s Gate Bridge. Die is een tikje kleiner dan zijn bijna-naamgenoot uit San-Francisco, maar daarom niet minder indrukwekkend. De groene kleur toont trouwens dat het opzet veel bescheidener moet zijn geweest. Ze steekt amper af tegen de heuvels op de achtergrond.

Canada-208Canada-207

De fietstocht voert verder langs het water. Links verheft zich af en toe een hoge klip, dan weer een groen grasveld op dezelfde hoogte als het fietspad. Aan de zwemzones moeten we verplicht afstappen. Er ligt veel volk op de strandjes, want het weer is goed. Als we er bijna zijn zien we tientallen enorme containerschepen en tankers voor de kust liggen. Omdat de haven te klein is voor de belangrijke functie die ze heeft, bevoorradinsghaven van westelijk Canada, zit er voor veel schepen vaak niets anders op dan te wachten tot er een ligplaats in de dokken vrij komt.

We leveren onze fiets terug in, wandelen langs het water, doen een terras in de zon en besluiten de (goedkope) watertaxi naar Granville Island te nemen. Dit moet het mooiste deel van de stad zijn. Er is een kleine overdekte marktplaats, straatmuzikanten en heel veel restaurants. De koloniale stijl maakt het een gezellig geheel en het is er dan ook erg druk. Dit alles met de skyline van downtown Vancouver op de achtergrond. Een tegenvaller is wel dat, zoals zo vaak in Noord-Amerika, de drukste verkeersweg van de stad zich viaductgewijs over het district spant. Voorstanders van de Lange Wapper-brug moeten misschien eens op studiereis naar hier komen.

Canada-224 Canada-220

We nemen een snack, bezoeken een stadspark mét open waterspeeltuin en doen enkele leuke winkeltjes aan. Eén ervan helemaal gericht op de beste vriend van de mens. Daarna nemen we de watertaxi naar de overkant, want ik wil het indrukwekkende voetbalstadion, dat je van bijna overal kan zien, wel eens van kortbij bekijken. De weg er naartoe is ronduit lelijk en loopt van de ene grote weg naar de andere. Het stadion zelf is inderdaad indrukwekkend groot en dat voor de Vancouver White Caps, een goede middenmoter in de Major League Soccer; de Canadees-Amerikaanse voetballiga. Jammer genoeg kunnen we het niet bezoeken, dus moeten we het met de buitenkant doen.

Canada-229

We drinken nog een biertje in de late namiddagzon bij een café in Yaletown, een levendige buurt waar net een marktje aan de gang is. Dan is het alweer tijd om Vancouver achter ons te laten en de Skytrain terug naar de luchthaven te nemen en van daar terug naar White Rock te bussen.

Morgen vertrekken we naar Vancouver Island.

Toronto

Met een dag eerder in de drogisterij gekocht krasbiljet, springen we op het sympathieke trammetje van Toronto . Eigenlijk zijn deze trams aan vervanging toe, maar dat beseffen de Torontonians zelf blijkbaar ook; later die dag zal ik er één zien passeren tijdens een testrit; een exacte kopie van hun moderne Antwerpse trambroeders.

Al na een kwartier staan we midden in het centrum. We beslissen eerst naar het gigantische winkelcentrum op Dundass-square te gaan, het kloppende hart van deze stad. Zoals in elke shoppingcenter wereldwijd ook hier geen verrassingen; ketens die je in Europa ook vind en een alarmerend gebrek aan goede boeken- en platenwinkels. Het zijn wel nog solden en koop mezelf in de Gap een shirt met een Canadavermelding voor een zacht prijsje. We gaan nog langs de Applestore en een boekenwinkel en begeven ons dan al snel terug de straat op.

We slaan het Royal Ontario Museum over; het grootste museum van Canada zou ons teveel tijd kosten en in Toronto is veel te veel te zien en te beleven. We wandelen in de richting van St.-Lawrence Market. We proberen een stukje het Path-netwerk te volgen. Dit ondergronds netwerk van voetpaden werd destijds gecreëerd omdat de winters in Toronto ongenadig koud kunnen zijn en de reisgids is vol lof over dit knap staaltje stadsondertunneling. Tijdens deze warme zomer is het er anders griezeling leeg en we verlaten het al in de volgende uitgang. Als we boven komen, is het zoeken naar de weg naar buiten, maar uiteindelijk komen we weer in de drukke zomerstraten terecht en zetten we onze weg naar Sint-Lawrence Market verder.
Denk La Bocqieira en Barcelona of Saluhall in Stockholm, maar dan met een Anglesaksische zwier. Overal vind je koeltogen met verse vis en kraampjes met lokale specialiteiten. Maar amper een plek waar je ter plekke kan consumeren; het gros van de aangeboden producten is voor ‘thuisgebruik’. Daar hebben wij hier niet zo veel aan. Op dus naar de volgende landmark.

Het Distillery district is een oude whiskeystokerij die de Torontonians hebben omgevormd tot een hip stadsdeel. De oude opslagplaatsen en stookplaatsen, werden geronoveerd tot hippe winkels en eetcafé’s. We bezoek een retro-sportwinkel (met prijzen uit een verre toekomst) en een hippe interieurwinkel. Hippe interieurwinkels zeggen mij ook hier niets en dus zitten we al snel op een zonovergoten terrasje waar de piepjonge serveuze uit haar vriendelijke rol valt als blijkt dat we alleen wat te drinken willen. Deels begrijpelijk in een land waar het horecapersoneel moet leven van de fooien die de bezoekers willen achterlaten.

We springen terug de tram op richting ferryterminal. Een van de hoogtepunten, zo leert ons Lonely Planet, is een bezoek aan de eilandenarchipel enkele honderden meters in het Ontariomeer. De eilanden beschikken over een pretpark, een wandeldijk en heel erg veel vakantiehuisjes. Wij nemen een retourtje naar het oostelijke eiland en zijn bijna alleen op het veerpont. Het schip naast ons in de aanlegsteiger, naar het centrale eiland, zit afgeladen vol. Daar zal dat pretpark wel voor iets tussen zitten.

De overzet duurt krap tien minuten. Maar het uitzicht op de skyline van Toronto is er niet minder om. Ronduit adembenemend schittert deze stad, die wel van zilver lijkt gemaakt, in de namiddagzon. We lopen eerst wat verkeerd tussen de weekendhuisjes, maar na een half uur komen we uit op een goed verstopt strandje. Redder incluis. We wandelen over de fraaie smalle wandelboulevard en drinken een thee in het, alweer, erg Brits aandoende Rectory Café. De naam, overigens, van een bekend Engels theehuis dat we vorig jaar al bezochten. Als onze thee op is, merken we doorheen het bladerdak dat de namiddagzon stevig aan het zakken is. We spoeden ons dus terug naar de ferry. Die doet nog een ommetje langs het westelijke punt van het eiland en biedt ons aldus nog een leuk uitzicht op de City Airport, waar vliegtuigen nog steeds af en aan vliegen.

Als het schip aanmeert, spoeden we ons naar de CBC-gebouwen. Op weg naar de CN-tower. Deze 553 meter hoge toren is zonder enige twijfel hét Landmark van Toronto. Al van kilometers ver herken je de betonnen spits met de uitbouw. Van op het gelijkvloers lijkt een rit naar boven ronduit angstaanjagend. Elke besluit om niet mee te gaan, dus ben ik op mezelf aangewezen. Voor 27 euro is een toegangsticketje het mijne. Nu is er geen weg meer terug .

De rij is lang maar gaat snel vooruit. De veiligheidsmaatregelen zijn even streng als in een doorsnee luchthaven. Na een (verplicht) fotomoment voor een bluescreen, waarvan het resutaat na bezoek kan aangekocht worden om als idyllisch familieportet te dienen, sta ik als einzelgänger al snel in de lift. Die is quasi volledig van glas en schiet als een raket naar het uitkijkplatform op 300 meter. Onderweg geeft de lokale Robbedoes uitleg over de lift in al zijn facetten.

Boven is het erg druk. Ik ga dan ook maar meteen een wandelingetje in de frisse buitenlucht doen. Er staat op deze hoogte erg veel wind, maar het uitzicht is ronduit spectaculair. Het is een mooie, wolkenloze dag dus ik kan heel erg ver kijken. Onder mijn voeten lijkt de Toronto City Airport wel van Playmobil. De stad zelf is verrassend stil op deze hoogte. Ik laat me fotograferen door een andere toerist en ga weer naar binnen. Daar voel ik dat de toren langzaam meebuigt met de wind. Niet dat dat gevoel alles overheerst, maar het is er wel. Als je erop let.

De lift naar beneden gaat even snel als die naar boven en na een halve minuut sta ik weer veilig op de planeet. De souvenirshop is me te typisch en de eerder genomen familiefoto is eerder zielig met mij alleen erop. Zonder dus nog een dollar uit te geven, herenig ik mij buiten met Elke. Die wilde nog naar het iets verderop gelegen aquarium gaan maar vond dat, met zijn 35 dollar inkom, toch ietwat te duur.

We wandelen onze laatste meters in de stad op weg terug naar Queen Street om daar de tram terug te nemen.

’s Avonds eten we nog in een Italiaans restaurant als een bont allegaartje aan lopers passeert. Het blijkt een groepje buren te zijn die eens per week afspreekt om samen door de straten te gaan lopen. Dat spontaan georganiseerde lijkt mij, na een studie van enkele dagen, iets typisch Canadees te zijn. Leesclubs, loopclubs, paddleclubs… Ze ontstaan spontaan uit het niets en lijken ook weer zo op te lossen. Zonder het georganiseer van een vzw of andere feitelijke verenigingen.

’s Anderendaags nemen we, na een ontbijt van havermoutpap-met-rozijnen, uitgebreid afscheid en van Barry en Lambert. We stappen , na een enerverend lange rij aan de veiligheid, in het vliegtuig voor een vlucht van bijna drie uur naar Vancouver, aan de Stille Oceaan.

Buiten Niagara gerekend.

De stewardess bedankt iedereen om te vliegen met Air Canada en gebiedt ons te blijven zitten tot het vliegtuig volledig stilstaat aan de gate. Na de standaardbegroeting zijn we al op weg naar de bagageclaim, die in een wel heel erg open zone staat waar iedereen zomaar in- en uitwandelt. Het is wat wachten op onze koffers, dus denk ik terug aan de eerste week Canada…

De aankomst in Toronto was hartelijk. Nadat Lambert zijn wagen vakkundig doorheen het hels Torontiaans verkeer loodst, krijgen we al meteen een Indische maaltijd waarvan ik de naam niet kan herhalen, maar ze bevatte zeker geitenvlees en curry. We krijgen deze afhaalmaaltijd voorgeschoteld in de stijlvolle stadswoning van Barry en Lambert, waar we een indrukwekkende logeerkamer en privébadkamer krijgen toegewezen. Na een half uurtje wordt er echter beslist dat we die zullen verlaten; we rijden toch nog naar het buitenhuis, ook al is het al tien uur ’s avonds en is het nog vlot anderhalf uur rijden naar Cobourg, het stadje in wiens buurt het buitenhuis staat.

Het is pikdonker als we er aankomen en daardoor komt de omgeving van het buitenhuis wat bedreigend over. Vanop de weg lijkt alles verholen in eindeloos zwart. Als we uitstappen geven de krekels een overweldigend concert ten gehore. We stappen vanuit de wagen meteen de woonkamer en keuken in. Ik probeer nog enkele woorden te wisselen met Lambert, maar ik ben zo moe van de vluchten dat ik maar meteen in bed kruip en als een blok in slaap val.
’s Anderendaags wordt meteen duidelijk hoe indrukwekkend mooi het hier is; vanuit ons bed hebben we een fraai zicht op het gehele domein rond het huis, wat naar onze Europese normen best indrukwekkend is. Na een ontbijt van havermout met rozijnen neemt Barry ons mee op een wandeling doorheen de tuin. De weg is doorheen het hoge gras gemaaid. Meteen wordt ook de omvang van dit domein duidelijk. Zeker als we, na een bezoek aan het meertje van de buurman, er bijna twintig minuten over doen om terug in het huis te raken.

De volgende twee dagen houden we onze bezig met lezen, zwemmen (want er is ook een zwembad) en zonnen. Een betere manier om over een jetlag te raken moet vooralsnog nog uitgevonden worden. Ik moet me zelfs inhouden of ‘Geachte Heer M.” Is na deze twee dagen uitgelezen. Af en toe wordt deze routine onderbroken om te kaarten of naar de kleine WK-finale tussen Brazilië en Nederland te kijken.

Canada-34 Canada-33 Canada-29 Canada-8

WK kijken.

Veel sneller dan iemand voor mogelijk kan houden, zijn de relaxerende dagen aan het huis voorbij en rijden we terug richting Toronto. Onze missie voor vandaag bestaat erin om de wedstrijd tussen Duitsland en Argentinië, de WK-finale, zo goed en sfeervol mogelijk te volgen. Natuurlijk is een voetbalwedstrijd pas te volgen als de maag gevuld is en daarom gaan we eerst eten in een Dim Sum-tent op de bovenste verdieping van een winkelcentrum in hartje Chinatown. Door de uitsluitende aanwezigheid van Chinezen, de drukte en de manier van bedienen (er is geen kaart; de serveuzes komen voorbij met een karretje waarop de gerechten staan, neuzelen wat in het Chinees en dan is het de bedoeling dat je of toehapt of weigert) is dit voor mij toch de eerste, zij het beperkte, cultuurshock.

We begeven ons naar het CBC-Center, de hoofdzetel van de Canadese Staatstelevisie in de schaduw van de CN-Tower. Hun gebouw is een verademing in vergelijking met de aftandse troep waarmee ‘onze’ VRT de skyline van Brussel verpest. Een lesje in hoe het ook kan. Daar toegekomen wordt de toegang tot het gebouw verspert door een veelkleurige mensenmassa. Naast de kleuren van de protagonisten zie ik ook veel andere WK-deelnemers terug. Nederlanders, Colombianen, Italianen… Ze zijn er allemaal. Maar ook landen als Ethiopië en Canada (uiteraard) zijn vertegenwoordigd. Ik heb spijt dat ik last-minute beslist heb mijn Belgisch truitje thuis te laten. Dat gaat volgende keer als eerste de rugzak in.

De uitbarsting na de overwinning van de Hunnen moet de grootste zijn buiten Duitsland. En de meest multiculturele. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat de feestvierders ook zouden gevierd hebben mocht, pakweg, Bosnië-Herzegovina gewonnen hebben. In Elk geval, Dundass Square, het Times Square van Toronto zeg maar, wordt afgezet. Een moedige moslimvertegenwoordiger maakt reclame voor zijn zaak , maar wordt helemaal in een hoekje gedrukt door die andere wereldgodsdienst; voetbal.

Canada-70 Canada-69

The Falls

De dag erna lenen we Lamberts’ auto en Warrens’ GPS om op zoek te gaan naar de Niagarawatervallen. Op 180 kilometer van The Big Smoke. Een eindje voor verloren Europeanen. Naast de deur voor de standaardcanadees.

Elke lijkt erg snel te wennen aan de automatische versnellingsbak en we vinden het natuurfenomeen makkelijk terug. En dat is, althans zo vermoed ik, amper veranderd sinds het door de eerste kolonisten werd ontdekt. Het stadje naast de Falls doet me een beetje denken aan Las Vegas, waarbij de watervallen een leuke, bijkomstige constructie zijn. Er zijn casino’s, een IMAX-theater, een gewoon theater, shoppingcentra en megahotels. Om zeker te zijn dat de toerist niet vergeet véél geld uit te geven, mag de prijs van de parking er alvast zijn: 20 dollar en dat parkeerplekje is van ons.

We begeven ons meteen in de richting van de watervallen en worden al snel overvallen door een stevige regenval; ongeacht het weer regent het in de buurt van de watervallen al-tijd. De regenponcho’s die men in het bezoekerscentrum uitdeelt, zijn geen partij voor de Niagararegen. Maar met een regenjas lukt het wel, dus kunnen we wat korter naar de rand.

De watervallen storten zich hier 50 meter naar beneden en dat over een breedte van ruim 650 meter. Hoeveel water daar over de rand gejaagd wordt moet de lezer maar eens opzoeken op Wikipedia, maar het is indrukwekkend om naar te kijken. Nog indrukwekkender dan de watervallen zélf, vond ik echter de Niagara-river, die hier breder is dan de Schelde ter hoogte van Antwerpen maar kolkt als een woest bergriviertje op een regenachtige lentedag. Als je hier in valt (omdat, pakweg, de chihuahua weer wat enthousiast achter een weggeworpen tak rende en niet uitkeek) ben je gezien.
We wandelen over de Boulevard richting de Rainbow-bridge en besluiten maar niet haring-in-een-ton-gewijs mee te varen in één van de toeristenbootjes die tot aan de basis van de watervallen varen, wegens geen toegevoegde waarde en mijn gebrek aan vertrouwen in deze wijze van transport. We begeven ons na afloop nog naar het visitor center, dat bij nadere inspectie een ordinaire souvenirwinkel blijkt. Op naar de auto en naar Niagara-on-the-Lake.

Canada-75

Van Lambert mochten we niet de snelweg naar Niagara-on-the-lake nemen, maar wel de Niagara Parkway. En dat hebben we ons geen seconde beklaagd. De weg voert ons door een groen glooiend landschap met golfterreinen, authentieke boerderijen en spectaculaire gezichten op de Niagararivier. We kopen een karton kersen onderweg en na een drietal kwartier komen we in het Victoriaanse stadje uit. Victoriaans is alvast van tel voor één straat (wel een lange) met winkels die zo uit Engeland lijken weggeplukt. Al moet het personeel dan wel wat aan z’n accent doen. We bezoeken een aan Kerstmis gewijde winkel en bezoeken enkele souvenirshops, terwijl de Amerikaanse en Japanse toeristen rondom ons zich in Europa wanen.

Canada-92 Canada-90

Op de weg naar Toronto wordt duidelijk dat achter de Victoriaanse façade van de hoofdstraat, doodnormale Noord-Amerikaanse suburbs liggen. We passeren ook een heleboel wijndomeinen en Lake Ontario wijkt geen minuut uit ons zicht. Na anderhalf uur bevinden we ons terug in hartje Toronto., waar we een taxi nemen naar Harbourfront. Deze gezellige buurt biedt enkele toffe terrasjes aan het meer en op een warme avond als deze waan je je meteen in Kroatië. Tenminste; als je naar het water en de eilanden kijkt . We dineren in the Amsterdam Brewhouse en ik kom tot de vaststelling dat Canadees bier lekkereder is dan in de meeste andere buitenlanden. Dat is een goed voorteken voor de rest van de reis.

Canada-98

Volgende keer: The Big Smoke.

De saaiste luchthaven.

De file naar Brussel begon vanmorgen al in Mechelen. Naar verluidt is dat volledig normaal. Ik wil dat graag geloven, maar niet als wij er in staan op weg naar de luchthaven van Zaventem. Of Brussels Airport, zoals we nu dienen te zeggen.

De afhandeling van de bagage gaat, ondanks een alle dienst weigerende transportband, erg vlot, wat dan weer niet van de verdere controles gezegd kan worden, misschien maar goed ook. We nemen plaats in de zeteltjes naast de gate naar Montréal en stappen met de laatsten mee op het vliegtuig in de kleuren van de Candese vlag.

Wat is dat toch altijd met mij en vliegtuigen? Ik hou van de sfeer op luchthavens. Ben erg gefascineerd door het wonder der techniek dat zo’n vliegtuig is en weet hoe veilig die dingen eigenlijk wel niet zijn. En tóch voel ik mij tijdens zo’n vliegreis nooit helemaal op m’n gemak. Ook al is er een onboard- entertainment om ú tegen te zeggen. Zelfs de catering van Air Canada kan mij nooit hélemaal doen vergeten dat ik mij in een zwevende metalen buis boven de oceaan bevindt. Een uitgebouwde buis, dat wel, maar toch; een buis. Na een zeven uur van twijfelen tussen piekeren, slapen, lezen en film kijken, staat het vliegtuig goed en wel aan de grond in Montréal.

De paspoortcontrole verloopt hier op zijn Amerikaans -met aftrek van de vingerafdrukken-. Ook hier weer geen lange rij; Na een half uurtje hebben we onze bagage opgepikt én staan de in de terminal van een op het eerste zicht oudbollige en saaie luchthaven. Ze doet me een beetje denken aan het station van Brussel-Zuid, maar dan zonder de haastige pendelaars en de naar urine ruikende hoofdgang. Ik koop twee reisstekkers in een krantenwinkeltje. In een barretje bestel ik, uit nieuwschierigheid een Bagel quebecois, het blijkt om een toast met Philadelphia en confituur te gaan. Jaloers kijk ik naar Elke’s broodje met gerookte zalm.

Binnen een half uur moeten we alweer het vliegtuig op voor een kort vluchtje naar Toronto, waar Lambert ons normaal op zal wachten. Hoe het verder gaat op deze reis, is uiteraard hier op de voet te volgen. Als de WiFi hier overal free is, natuurlijk…