Posts Tagged ‘reizen’

Geen definitief afscheid

Kinlochleven – Fort William;  24 kilometer

Hoe hard we ook proberen, de deur van de pub gaat niet open. De uitbaters geven niet thuis. We zijn dus veroordeeld om ons ontbijt buiten tot ons te nemen. Een heel spijtige zaak, want ik had écht zin in een Schots pubontbijt. De combinatie van spek, eieren, worstjes en bonen in tomatensaus is eigenlijk ook wat ik vandaag eigenlijk nodig zou hebben. Vandaag staat immers de langste etappe op het programma. 24 kilometer is het tot Fort William. We ontbijten dan maar met broodjes, uit de supermarkt, op het dorpsplein. Voor het eerst is het een zonnige ochtend.

De wandeldag begint stevig: we zijn Kinlochleven nog niet uit of de eerste klim is daar al. Na elke haarspeldbocht krijgen we een steeds spectaculairder zicht op het dorp en het gelijknamige meer. Al snel zijn we het bos uit en zitten we terug midden in de vertrouwde kaalheid van de Highlands.

DSC_0252

DSC_0255

We wandelen door een vallei waar alweer geen enkele boom beschutting biedt tegen de koude wind. Als die beschutting er, in de vorm van twee ingestorte boerderijen wel komt, staat er een bord dat het ten strengste verboden is om ze te betreden.

Het is al middag als de vallei een bocht naar rechts maakt en het landschap verandert. De kale vlakten maken in de verte plaats voor naaldwouden en een meertje. Niet veel verder stappen we door wat ooit een naaldwoud was, maar nu een troosteloze vlakte met de zielige stompjes van omgekapte bomen. We passeren het halfwegpunt van de etappe en zien, na wat stijgen en dalen, voor het eerst de Ben Nevis, met zijn 1344 meter de hoogste berg van de Briste Eilanden.  Weliswaar met de top volop in de mist. We passeren een waterval en dalen af in een fraai naaldwoud. In een open plek (die ooit vol bomen stond, zo getuigen de stompjes) volgt de stevigste en laatste klim van de dag. Die geeft uit op een brede wandelweg en vanaf daar is het, door het bos, bergaf tot in Glen Nevis.

DSC_0273

Dan komen we iets eigenaardigs tegen; door werkzaamheden in het bos mogen we niet verder en moeten we een omleiding volgen. Die loopt steil door het bos naar beneden langs een speciaal aangelegd pad. Compleet met houten leuning; wel heel erg veel moeite voor een omleiding voor enkele wandelaars per dag. De omleiding is ook daarna nog goed aangeduid ( op een kleine onduidelijkheid ter hoogte van Glencoe Youth Hostel na) en al snel staan we op een voetpad naast een autoweg op weg naar Fort William. Ik had me de laatste mijl van deze fabelachtige weg wel wat anders voorgesteld.

Eerst passeren we het voormalige einde van de West Highland Way, maar dat voldoet niet voor mij. Dus gaan we, na een koffie in een gi-gan-ti-sche souvenirwinkel, op weg voor de laatste honderden meters. We passeren het station en wandelen door High Street, als we onze Engelse vriend van in Inveroran Hotel tegenkomen. Hij vertelt ons over zijn poging om de Ben Nevis te beklimmen, maar die hij moest staken; Nog véél te véél sneeuw. We wensen elkaar proficiat voor het volbrengen van onze queeste en zetten koers naar de eindmeet. De Engelsman vertelt ons dat hij een kamer, met bad, gereserveerd heeft in een hotel. Hij verdient het na dagen in een natte tent. Nog honderd meter.

De High Street van Fort William is één grote outdoor-winkel. Met hier een daar een pub ertussen, dat wel. Het monument voor het officiële einde van de West Highland way bestaat uit een pleintje met een in metaal ingemetselde aankomststreep, met daarachter een sculptuur van een kaart van de weg. Daarnaast staat een bankje met een standbeeld van een wandelaar die zijn voeten masseert. Ik neem plaats naast deze bronzen kerel en laat me gewillig fotograferen. We mogen hem dan niet hélemaal gewandeld hebben; toch voelt het goed. Maar ook een beetje onwennig. De West Highland Way zit er op.

DSC_0287

Epiloog.

’s Anderendaags nemen we de trein terug naar Glasgow. Dat wordt, zoals al eerder gezegd, de mooiste treinrit uit mijn bestaan. Onze halve dag in Glasgow besteden we aan een kleine wandeling in de stad en het prijswinnende Riverside Museum, Europees museum van 2013. DSC_0312

Onze laatste nacht brengen we door in het waanzinnig goed gelegen en best wel luxueze Alexander Thomson Hotel; een museum op zichzelf. Goed verstopt ook.  Wie de booking.com smartdeals vertrouwt, krijgt dit soort leuke verassingen bijna in de schoot geworpen.

’s anderendaags brengt het vliegtuig ons terug naar Amsterdam. Ik zou hier willen typen dat ik mijmerde over het Schotse landschap daarbeneden. Helaas; een dik en o zo bekend wolkendek steekt daar een stokje voor…

See you again soon, Scotland!

Bier en Hemelwater

Kings’s house – Kinlochleven

De wind waait nog steeds strak uit het noordwesten als we onze eerste stappen op onze vierde dag West Highland Way zetten. Aanvankelijk regent het niet, maar daar komt na dik drie kwartier verandering in. Bij momenten denk ik dat, als dit België moest zijn, Frank Deboosere zou oproepen om binnen te blijven en in Antwerpen de parken zouden worden afgesloten.

We volgen de weg die ongeveer evenwijdig met de autoweg en de Etive-rivier loopt. We moeten een beetje klimmen als een zijriviertje ons de weg belemmert door de overvloedige regen van de laatste dagen. Aan onze linkerkant wijst de indrukwekkende Buachaille Etive Moor (De Grote Herder van Etive) ten hemel. Hoe iemand er ooit in geslaagd is deze gigantische, puntige berg te beklimmen, is mij een raadsel.

DSC_0225

Als de autoweg de wandelweg ei zo na raakt, mogen de wandelaars beginnen aan de beklimming van de Devils’ Staircase, het hoogste punt van de hele West Highland Way. Slechts 548 meter, maar best een stevige klim. zeker met een rugzak. Normaal worden de inspanningen beloond met een indrukwekkend zicht op Ben Nevis en het omliggend massief. Blijkbaar deden wij iets verkeerd, want alles wat wij zien zijn wolken. Wolken en water. Tijdens de afdaling begint het terug te regenen en steekt er opnieuw een ijzige wind op. Dit duurt tot we afgedaald zijn in een naaldwoud en we tussen de bomen Kinlochleven zien liggen, diep verscholen in de vallei.

DSC_0206

We lunchen op een brug boven een indrukwekkende waterval. De eerlijkheid gebied me wel te vermelden dat diens grootste verval veroorzaakt word door een stuwdam.

Kinlochleven is een voormalig industriestadje dat zich vandaag slapend aanschurkt tegen Loch Leven. Nu is het vooral bekend als een belangrijke etappeplaats van de West Highland Way. En voor zijn kunstmatige ijsmuur, waar ijsklimmers van heinde en verre komen om hun hobby bot te vieren. Wij checken in de Blackwater Hostel (& Campsite) en krijgen twee oudere Engelse heren bij op de kamer.

Wie heeft je dát verteld? De reisagent? Hahahaha!

– De Engelse kamergenoot als ik hem meedeel dat ik dacht dat april de droogste maand was in Schotland-

’s Avonds eten we heel goedkoop Chili con Carne in de Pub, want de enige Fish&Chips-shop van het dorp is gesloten.

Voor het slapengaan lees ik nog wat, onder het nuttigen van een blik Stella,  in ‘Oorlog en Terpentijn’ van Stefan Hertmans en wordt daarbij nogal gestoord door een groep Duitse Jongeren die de gemeenschappelijke zaal onveilig maken. Pa probeert naar een programma op BBC te kijken, maar blijkt daar ook niet in te slagen. Onder de wol dan maar. Gelukkig snurkten de Engelsen niet.

 

Trein Fort William – Glasgow

Toen God het Aards Paradijs schiep, moet hij eerst op inspiratiereis naar Schotland zijn geweest. Na wat er hier aan het treinraampje passeert op weg naar Glasgow, ben ik daar van overtuigd. De trein rijdt hier in zijn eigen bedding zonder dat er ook maar een autoweg in d buurt is. of een dorp. of een huis. met de trein rijden is hier zweven door Schotland’s indrukwekkendste landschappen. Moeraslanden wisselen hier de meren en naaldwouden af. met op de achtergrond steeds de besneeuwde bergtoppen van de Highlands. Herten en schapen nemen akte van de passage van de trein. ik neem bewust geen foto’s omdat die nooit kunnen uitdrukken wat je hier te zien krijgt. volgens Lonely Planet is Schotland het mooiste ‘land’ ter wereld. als je deze treinroute neemt, die toch bijna vier uur duurt, begrijp je perfect waarom.

Dezelfde trein passeert ook in het station van Bridge of Orchy als we er zitten te lunchen op de trappen naar de voetgangerstunnel. er stapt één iemand uit en één iemand in, alsof de rijtuigen in evenwicht moeten blijven. De stationschef begroet ons, zoals iedereen hier lachend en passeert nog een aantal keer. gezien zijn lichaamsomvang zou je niet vermoeden dat hij die trap zo vaak op en af gaat.

DSC_0075

na de lunch gaan we verder Bridge of Orchy in. We steken de brug over waaraan het minuscule dorp zijn naam dankt waarna een stijle klim in een naaldbos volgt. Een C130 van de Royal Air Force komt laag overvliegen. Na een stevige klim vangen we de eerste glimp op van de vallei van Loch Tulla. we klimmen even op een heuveltop om de hele vallei te zien. het uitzicht is werkelijk adembenemend. Ik neem wat panoramafoto’s en na een kwartier beginnen we met de afdaling. na enkele minuten krijgen we Inveroran Hotel in het zicht, dat in het einde van de vallei ligt. Het hotel staat daar moederziel alleen. Dit moet. qua locatie, het mooiste hotel zijn waar ik ooit geslapen heb. En, omdat het een hotel is sinds 1707, waarschijnlijk ook het oudste.

DSC_0119

De binnenkant komt wat ouderwets over, maar dat stoort niet op deze plek. Het vasttapijt in Schotse ruit, de krakende houten trap en de héél erg klassieke ontbijtzaal; het hóórt er allemaal bij. En na een dag in de Schotse wildernis is álles met een dak en centrale verwarming welkom. Dat vonden vast ook Charles Darwin, die hier verbleef tijdens een periode waarin hij onderzoek deed naar de naaldbomen in deze vallei, en Charles Dickens.

DSC_0106

We proberen nog een wandeling te maken in het moeras, maar door de vele regen van de afgelopen dagen (behalve vandaag; vandaag was een droge dag) is dat bijna onmogelijk. dus keren we maar naar onze kamer terug om wat te rusten. Het avondeten bestaat uit zalm met gestoomde groenten met een glas cider. Na het eten nemen we plaats in de walkers’ bar en ontmoeten daar een Engelsman en een Hongaar. wie het begin van een grap vermoedt, is er echter aan voor de moeite. De twee doen. apart van elkaar, de West Highland Way met een tent. Ik druk alweer mijn gevoelens van respect uit. De heren slapen nu ook weer in een tent, maar zijn wat blij dat ze eens binnen kunnen zitten. al keuvelend bestel ik de eerste Whiskey uit mijn bestaan (een Oban Single Malt) en smaakte dat het goed was.

Inveroran-Kings’ House 16 kilometer

De volgende ochtend tikt de regen zachtjes op het vensterraam. En alvorens iemand ‘Rob De Nys’ kan zeggen, zitten we al beneden aan de ontbijttafel. Als we vertrekken is het gedaan met regenen. We zwaaien nog snel naar onze Hongaarse vriend die zijn tent aan het opvouwen is en stappen verder. we zetten onze eerste stappen op de 18-de eeuwse, militaire weg waar de kasseien én de karrensporen nog goed te onderscheiden zijn, wanneer de eerste druppels vallen. We wandelen naast de eerste meters van Rannoch Moor; het grootste aaneengesloten natuurgebied van het veringd koninkrijk. De bergtoppen op de achtergrond zitten verstopt in de wolken. Het is ook opvallend hoeveel wandelaars we vandaag tegenkomen. Tot hier toe was dat altijd uitzonderlijk. Bij momenten regent het fel, en als het regent. steekt er een ijzige wind op. Ik kan mijn handen niet warm houden. gelukkig worden hevige regenvlagen van tijd tot tijd afgewisseld met een zonnestraal.Of twee. Meer zeker niet. We wandelen door Rannoch Moor en de weg wordt af en toe onderbroken door een kleine waterval of een bruggetje. Na een drietal uur op de weg nemen we een stevige bocht naar links en krijgen we het eerste zicht op de vallei van Glencoe.

DSC_0156

De wandelaar die de indruk krijgt dat hij ‘hier al eens is geweest’ kan ik meteen geruststellen; je hebt geen vorig leven achter de rug en je Highlandouders hebben je ook niet aan een Belgisch paar afgestaan voor adoptie. Deze vallei figureert wél in een hele hoop populaire films, zoals daar zijn Braveheart, Skyfall en Harry Potter. We lunchen in de koude wind (een constante tijdens de WHW; nergens een schuilhut, café of toilet op strategische plekken) en worden ingehaald door onze Hongaarse vriend, die na een korte babbel voor altijd uit ons zicht zal verdwijnen. Na de lunch passeren we Glencoe Ski Station. In tegenstelling tot wat vaak beweerd word, staat dot hier niet echt in de weg. op deze splinter vitten is de balk in je oog (de A82-autoweg beneden in de vallei) compleet negeren.

DSC_0212

Na vijf uur wandelen checken we in in Kings’ House Hotel. Dit bekende hotel, plompverloren naast de autoweg, zal ons meest luxueuze verblijf van de hele weg blijken. Het beschikt over 2 salons, 2 bars, een eetzaal en een hoop kamers. Onze kamer is vrij klein maar tiptop in orde en we hebben een ongelooflijk uitzicht op de vallei van glencoe. We zijn redelijk vroeg en besluiten korhoenen gaan te spotten en, als het even kan, te fotograferen. Ik had er immers vlakbij het hotel enkele gezien en wilde deze bij ons uitgestorven vogel op beeld hebben. Na een een half uur Rannoch Moor besluiten we echter terug te keren, omdat de wind het ons bijna onmogelijk maakt. Een koppel dat begon hun tent op te zetten buiten het hotel, pakte terug in. Ik maak nog wat foto’s van een overstekend hert en de om brood bedelende vinken en bestel dan een pint in de climbers’ bar. Na het avondeten nemen we plaats in het chique salon van het hotel en plaats ik mijn eerste blogpost. De wind lijkt de ramen wel uit hun kozijnen te blazen en de regen klettert. ik denk aan de wildkampeerders die ergens daarbuiten in hun tentje liggen…

2014 in reisjes.

Mooi. 2014 is nu al een end ver en veel komt er niet op deze blog terecht. Dát is wat je zou kunnen denken als je het hele digitale (niet-) gebeuren bekijkt.

Wat er nog op mijn programma staat? Wel, wat dagtrips betreft is het nog koffiedik kijken, maar de iets grotere reizen gaan naar Canada in juli en naar de West Highland Way in Schotland volgende week zaterdag.

De eerste, Canada, is (op Nieuw-Zeeland na)(misschien) mijn absolute droombestemming. Lang genoeg heb ik andere mensen horen spreken over magische plekken als Toronto,  Vancouver, Victoria Island of, zoals onderstaande foto laat zien, Banff.

banff

 

Tijd dus om die plaatsen met m’n eigen ogen te gaan aanschouwen. Al besef ik dat het er in juli ongelooflijk druk zal zijn. Vanaf 10 juli te volgen op deze Blog.

De West Highland Way ga ik vanaf volgende week zaterdag wandelen, zei het niet helemaal. Ten eerste heb ik maar vijf dagen en ten tweede zijn de Schotse weersomstandigheden in deze tijd van het jaar niet altijd even voorspelbaar, waardoor ik voor kortere etappes heb geopteerd. En ietwat comfortabelere slaapplaatsen (in plaats van een tent in de regen). Hoe het me daar vergaat, lees je vanaf volgende week op deze pagina.

WHWRoute       Schotland1

Geniet van het weekend én vooral: van de zon. Maar oppassen voor zonne-allergie. Of pollen.