Posts Tagged ‘Schotland’

Bier en Hemelwater

Kings’s house – Kinlochleven

De wind waait nog steeds strak uit het noordwesten als we onze eerste stappen op onze vierde dag West Highland Way zetten. Aanvankelijk regent het niet, maar daar komt na dik drie kwartier verandering in. Bij momenten denk ik dat, als dit België moest zijn, Frank Deboosere zou oproepen om binnen te blijven en in Antwerpen de parken zouden worden afgesloten.

We volgen de weg die ongeveer evenwijdig met de autoweg en de Etive-rivier loopt. We moeten een beetje klimmen als een zijriviertje ons de weg belemmert door de overvloedige regen van de laatste dagen. Aan onze linkerkant wijst de indrukwekkende Buachaille Etive Moor (De Grote Herder van Etive) ten hemel. Hoe iemand er ooit in geslaagd is deze gigantische, puntige berg te beklimmen, is mij een raadsel.

DSC_0225

Als de autoweg de wandelweg ei zo na raakt, mogen de wandelaars beginnen aan de beklimming van de Devils’ Staircase, het hoogste punt van de hele West Highland Way. Slechts 548 meter, maar best een stevige klim. zeker met een rugzak. Normaal worden de inspanningen beloond met een indrukwekkend zicht op Ben Nevis en het omliggend massief. Blijkbaar deden wij iets verkeerd, want alles wat wij zien zijn wolken. Wolken en water. Tijdens de afdaling begint het terug te regenen en steekt er opnieuw een ijzige wind op. Dit duurt tot we afgedaald zijn in een naaldwoud en we tussen de bomen Kinlochleven zien liggen, diep verscholen in de vallei.

DSC_0206

We lunchen op een brug boven een indrukwekkende waterval. De eerlijkheid gebied me wel te vermelden dat diens grootste verval veroorzaakt word door een stuwdam.

Kinlochleven is een voormalig industriestadje dat zich vandaag slapend aanschurkt tegen Loch Leven. Nu is het vooral bekend als een belangrijke etappeplaats van de West Highland Way. En voor zijn kunstmatige ijsmuur, waar ijsklimmers van heinde en verre komen om hun hobby bot te vieren. Wij checken in de Blackwater Hostel (& Campsite) en krijgen twee oudere Engelse heren bij op de kamer.

Wie heeft je dát verteld? De reisagent? Hahahaha!

– De Engelse kamergenoot als ik hem meedeel dat ik dacht dat april de droogste maand was in Schotland-

’s Avonds eten we heel goedkoop Chili con Carne in de Pub, want de enige Fish&Chips-shop van het dorp is gesloten.

Voor het slapengaan lees ik nog wat, onder het nuttigen van een blik Stella,  in ‘Oorlog en Terpentijn’ van Stefan Hertmans en wordt daarbij nogal gestoord door een groep Duitse Jongeren die de gemeenschappelijke zaal onveilig maken. Pa probeert naar een programma op BBC te kijken, maar blijkt daar ook niet in te slagen. Onder de wol dan maar. Gelukkig snurkten de Engelsen niet.

 

Trein Fort William – Glasgow

Toen God het Aards Paradijs schiep, moet hij eerst op inspiratiereis naar Schotland zijn geweest. Na wat er hier aan het treinraampje passeert op weg naar Glasgow, ben ik daar van overtuigd. De trein rijdt hier in zijn eigen bedding zonder dat er ook maar een autoweg in d buurt is. of een dorp. of een huis. met de trein rijden is hier zweven door Schotland’s indrukwekkendste landschappen. Moeraslanden wisselen hier de meren en naaldwouden af. met op de achtergrond steeds de besneeuwde bergtoppen van de Highlands. Herten en schapen nemen akte van de passage van de trein. ik neem bewust geen foto’s omdat die nooit kunnen uitdrukken wat je hier te zien krijgt. volgens Lonely Planet is Schotland het mooiste ‘land’ ter wereld. als je deze treinroute neemt, die toch bijna vier uur duurt, begrijp je perfect waarom.

Dezelfde trein passeert ook in het station van Bridge of Orchy als we er zitten te lunchen op de trappen naar de voetgangerstunnel. er stapt één iemand uit en één iemand in, alsof de rijtuigen in evenwicht moeten blijven. De stationschef begroet ons, zoals iedereen hier lachend en passeert nog een aantal keer. gezien zijn lichaamsomvang zou je niet vermoeden dat hij die trap zo vaak op en af gaat.

DSC_0075

na de lunch gaan we verder Bridge of Orchy in. We steken de brug over waaraan het minuscule dorp zijn naam dankt waarna een stijle klim in een naaldbos volgt. Een C130 van de Royal Air Force komt laag overvliegen. Na een stevige klim vangen we de eerste glimp op van de vallei van Loch Tulla. we klimmen even op een heuveltop om de hele vallei te zien. het uitzicht is werkelijk adembenemend. Ik neem wat panoramafoto’s en na een kwartier beginnen we met de afdaling. na enkele minuten krijgen we Inveroran Hotel in het zicht, dat in het einde van de vallei ligt. Het hotel staat daar moederziel alleen. Dit moet. qua locatie, het mooiste hotel zijn waar ik ooit geslapen heb. En, omdat het een hotel is sinds 1707, waarschijnlijk ook het oudste.

DSC_0119

De binnenkant komt wat ouderwets over, maar dat stoort niet op deze plek. Het vasttapijt in Schotse ruit, de krakende houten trap en de héél erg klassieke ontbijtzaal; het hóórt er allemaal bij. En na een dag in de Schotse wildernis is álles met een dak en centrale verwarming welkom. Dat vonden vast ook Charles Darwin, die hier verbleef tijdens een periode waarin hij onderzoek deed naar de naaldbomen in deze vallei, en Charles Dickens.

DSC_0106

We proberen nog een wandeling te maken in het moeras, maar door de vele regen van de afgelopen dagen (behalve vandaag; vandaag was een droge dag) is dat bijna onmogelijk. dus keren we maar naar onze kamer terug om wat te rusten. Het avondeten bestaat uit zalm met gestoomde groenten met een glas cider. Na het eten nemen we plaats in de walkers’ bar en ontmoeten daar een Engelsman en een Hongaar. wie het begin van een grap vermoedt, is er echter aan voor de moeite. De twee doen. apart van elkaar, de West Highland Way met een tent. Ik druk alweer mijn gevoelens van respect uit. De heren slapen nu ook weer in een tent, maar zijn wat blij dat ze eens binnen kunnen zitten. al keuvelend bestel ik de eerste Whiskey uit mijn bestaan (een Oban Single Malt) en smaakte dat het goed was.

Inveroran-Kings’ House 16 kilometer

De volgende ochtend tikt de regen zachtjes op het vensterraam. En alvorens iemand ‘Rob De Nys’ kan zeggen, zitten we al beneden aan de ontbijttafel. Als we vertrekken is het gedaan met regenen. We zwaaien nog snel naar onze Hongaarse vriend die zijn tent aan het opvouwen is en stappen verder. we zetten onze eerste stappen op de 18-de eeuwse, militaire weg waar de kasseien én de karrensporen nog goed te onderscheiden zijn, wanneer de eerste druppels vallen. We wandelen naast de eerste meters van Rannoch Moor; het grootste aaneengesloten natuurgebied van het veringd koninkrijk. De bergtoppen op de achtergrond zitten verstopt in de wolken. Het is ook opvallend hoeveel wandelaars we vandaag tegenkomen. Tot hier toe was dat altijd uitzonderlijk. Bij momenten regent het fel, en als het regent. steekt er een ijzige wind op. Ik kan mijn handen niet warm houden. gelukkig worden hevige regenvlagen van tijd tot tijd afgewisseld met een zonnestraal.Of twee. Meer zeker niet. We wandelen door Rannoch Moor en de weg wordt af en toe onderbroken door een kleine waterval of een bruggetje. Na een drietal uur op de weg nemen we een stevige bocht naar links en krijgen we het eerste zicht op de vallei van Glencoe.

DSC_0156

De wandelaar die de indruk krijgt dat hij ‘hier al eens is geweest’ kan ik meteen geruststellen; je hebt geen vorig leven achter de rug en je Highlandouders hebben je ook niet aan een Belgisch paar afgestaan voor adoptie. Deze vallei figureert wél in een hele hoop populaire films, zoals daar zijn Braveheart, Skyfall en Harry Potter. We lunchen in de koude wind (een constante tijdens de WHW; nergens een schuilhut, café of toilet op strategische plekken) en worden ingehaald door onze Hongaarse vriend, die na een korte babbel voor altijd uit ons zicht zal verdwijnen. Na de lunch passeren we Glencoe Ski Station. In tegenstelling tot wat vaak beweerd word, staat dot hier niet echt in de weg. op deze splinter vitten is de balk in je oog (de A82-autoweg beneden in de vallei) compleet negeren.

DSC_0212

Na vijf uur wandelen checken we in in Kings’ House Hotel. Dit bekende hotel, plompverloren naast de autoweg, zal ons meest luxueuze verblijf van de hele weg blijken. Het beschikt over 2 salons, 2 bars, een eetzaal en een hoop kamers. Onze kamer is vrij klein maar tiptop in orde en we hebben een ongelooflijk uitzicht op de vallei van glencoe. We zijn redelijk vroeg en besluiten korhoenen gaan te spotten en, als het even kan, te fotograferen. Ik had er immers vlakbij het hotel enkele gezien en wilde deze bij ons uitgestorven vogel op beeld hebben. Na een een half uur Rannoch Moor besluiten we echter terug te keren, omdat de wind het ons bijna onmogelijk maakt. Een koppel dat begon hun tent op te zetten buiten het hotel, pakte terug in. Ik maak nog wat foto’s van een overstekend hert en de om brood bedelende vinken en bestel dan een pint in de climbers’ bar. Na het avondeten nemen we plaats in het chique salon van het hotel en plaats ik mijn eerste blogpost. De wind lijkt de ramen wel uit hun kozijnen te blazen en de regen klettert. ik denk aan de wildkampeerders die ergens daarbuiten in hun tentje liggen…

Kinglochleven

Inveraran – Tyndrum, 20 kilometer
Terwijl de regen op ons neerdaalt in Inveraran, zoeken we onze weg (of eigenlijk, dé weg) doorheen een weiland. De Highland way werd van op de autoweg aangeduid met een houten bord, maar de weg ernaar toe is weggespoeld door de rivier. Dus steken we de belendende camping over en vinden we hem eindelijk. We zouden hem de komende dagen nooit meer lossen.

DSC_0021

De eerste kilometers van onze weg gaan langs de rivier die ons net nog de doorgang belemmerde. We moeten vaak een houten brugje over een zijrivier oversteken en de rivier zelf (de Falloch) stort zich vaak, middels een fraaie waterval- naar beneden. Ondertussen blijft het pijpenstelen regenen. En komen we enkele tegenliggers tegen.

Ja, en heel mijn tent ruikt naar natte hond.

– een passerende, uitgeregende wandelaar die samen met zijn border collie op pad was op mijn vraag of hij dan niet blij was dat zijn vriend erbij was. –

DSC_0017

We halen een groep wandelaars in die zich afvragen wat we in godsnaam vanuit België met dit weer op de West Highland Way komen zoeken-intussen is het ook stevig beginnen waaien-, waarop ik antwoord dat toch iedereen recht heeft op een tijdje er tussen uit. Dat was nadat we -in groep- de weg even verlieten om een kudde koeien (met kalveren) te omzeilen die zich pál op de weg hadden gezet. Ze verlaten de weg ter hoogte van Crianlarich terwijl wij al stijgend een het eerst bos inwandelen. De eerste beschutting na drie uur regen en wind. We lunchen meteen bij het eerste droge moment. Na de lunch gaat het bergaf en komen we uiteindelijk in Tyndrum uit. We overnachten in de viersterren Tyndrum By The way Hostel in een piepkleine kamer. Niet zo erg, want buiten ons zijn er nog welgeteld twee andere mensen in de hostel.
Na het avondeten Skype ik nog wat met Elke en als dat gesprek afgelopen is word ik plots door één van die twee aangesproken in het Nederlands. Ze was in Leuven geboren. ik word meteen uitgenodigd om mee kaart te spelen. De twee blijken met de tent onderweg en boekten een nacht in de hostel om eindelijk eens wat op te drogen. We zouden doorheen de tocht nog gelijkaardige verhalen horen.

DSC_0031

Tyndrum-Inveroran Hotel, 16 kilometer
De dag erna lijkt de eindeloze regen eindelijk ermee op te houden. We ontbijten in The Green Welly Stop, een populair wegrestaurant langs de A82. Daarna gaat het verder langsheen een kerkhof met welgeteld twee graven. Blijkbaar gaan Schotten moeilijk dood.
Daarna gaat het gestaag verder en krijgt de weg het gezelschap van de spoorweg. Het landschap openbaart zich en eindelijk krijgen we een glimp van de echte Highlands te zien; een tussen heuvels uitgestrekt moeraslandschap met een zich daartussen kronkelende spoorweg, compleet met viaduct. We passeren weilanden met de eerste Highlandrunderen en in de rivier (ondertussen heet hij Allt Kinglass) baden scholeksters. We komen een eenzame wandelaar tegen en steken de rivier over aan een eenzame boerderij. Een drietal kwartier later zitten we te eten in het pittoreske, verlaten, station van Bridge of Orchy.

Tot zover het relaas voor vandaag. Ik typ dit in de Blackwater Hostel in Kinlochleven. Morgen hebben we de laatste dag voor de boeg (24 kilometer) en ik weet dat ik, op een manier, deze weg ga missen.

Kings’ House

Drie dagen ver op de West Highland Way en eindelijk tijd/WiFi om iets te posten, vergezeld van een pint Belhaven Best aan een gammele tafel in de Climbers’ Bar, Eén van de twee bars van The Kings’ House Hotel in Glencoe.

De vlucht naar Glasgow (de derde stad van het VK) was heel erg rustig. Veel rustiger dan die Ryanair- vliegers ooit voor elkaar krijgen. Ondanks het slechte weer bij de landing. Meteen na de landing hadden we een lijnbus naar het centrum, waarbij de chauffeur rustig de bus liet wachten tot ik terug was om ergens in de Luchthaven gepast geld te vinden. Een beetje verder op de rit kregen we het gezelschap van een goedlachse, doch niet overdreven knappe adonis die ons alles vertelde over de beste Whiskybars in Glasgow. En ons meteen vertelde waar we eraf moesten.

Ga jíj naar de Jeugdherberg? Mwoehaha!

-medebuspassagier op weg naar het centrum wijzend naar Pa.

In de jeugdherberg werden we vriendelijk verwelkomd door een receptioniste die, as we speak, op citytrip is in Antwerpen. Goede reisagenten als we zijn, overlaadden we haar met tips over waar te gaan. ’s Avonds dineerden we in een pub in een voormalig schoolgebouw. Ik had, voor de geïnteresseerden, fish&chips.

De ochtend erna had ik het eerste (en zeker niet het laatste) ontbijt bestaande uit spek, eieren, bonen in tomatensaus en een worstje. Dat moest ook, want het was de eerste wandeldag. Nou ja.

Eerst namen de taxi naar Buchanan bus station, de centrale transporthub van de stad. Na een kleine shopstop in een naburige Sainsbury, was de bus naar Inveraran al snel vertrokken. Van zodra de bus het station uit was, vielen ook de eerste regendruppels.

Het was anderhalf uur rijden naar Inveraran, waarvan al snel de helft in Greater Glasgow, maar eens de stad uit, kwamen we al snel aan Loch Lomond, een enorm meer waarlangs de eerste etappes van de West Highland way lopen. Twee etappes die wij beslisten om over te slaan. Terwijl de regen in intensiteit toenam, stopte de chauffeur en las ik het bord met daarop de naam van de Pub; The Drovers Inn. Tijd om te wandelen.

Terwijl de wind en de regen tegen de enkele beglazing van Het Kings House Hotel beuken, vind ik het tijd om gaan te slapen. Morgen (hopelijk) meer.

20140408-223437.jpg